From cultural mission to cultural transmission. A critical analysis of cultural programmes from the Flemish public service broadcaster from historical, international-comparative and prospective perspective.

Project Details

Description

Situering en vraagstelling: Het belang en d e taakomschrijving van de Openbaarrechtelijke Omroep (ORO) zijn gedurende zijn gehele bestaansgeschiedenis continu onderwerp geweest van politieke en academische discussievoering. Dit geldt uiteraard ook in het bijzonder voor de culturele opdracht van de ORO. In Vlaanderen bijvoorbeeld werd het publieke, politieke en mediadiscours hierrond weer aangewakkerd naar aanleiding van de nakende hernieuwing van de beheersovereenkomst en de voorstelling van het Culturele Driesporenbeleid met daarin de aanvraag voor een digitaal cultureel themakanaal door de VRT. Het blijkt erg moeilijk om rond de culturele opdracht van de ORO tot een consensus te komen, temeer daar het concept cultuur niet eenduidig te definiëren is. Dit geeft mede aanleiding tot de vage omschrijvingen in de beheersovereenkomst van de culturele opdracht enerzijds en van de criteria om te bepalen of een ORO al dan niet aan deze opdracht voldoet anderzijds (zie o.a. Saeys & Coppens, 2003). Deze vaagheid draagt bij tot een debat rond cultuur op de ORO dat veelal gevoerd wordt op basis van niet empirisch onderbouwde en speculatieve vooronderstellingen. Zo stellen we vast dat binnen de publieke opinie, het mediadiscours en het politieke veld onder andere volgende drie uitspraken regelmatig opduiken: 1) 'vroeger was het beter want er was meer (zuivere) cultuur te zien op de ORO'; 2) 'bij verschillende buitenlandse ORO's is de cultuurfilosofie veel sterker aanwezig' en 3) 'in de toekomst is er geen nood meer aan een ORO voor cultuur'. De eerste stelling wordt voornamelijk gehanteerd door cultuurliefhebbers en de culturele sector. Deze vrezen dat opeenvolgende dereguleringsgolven leiden tot een afkalving en/of uitholling van de culturele opdracht van de ORO door a) doorgedreven marketisering - marktwetmatigheden gaan meer en meer de (culturele televisie-)inhouden bepalen onder invloed van de concurrentiedruk (Murdock, 2005) - en b) corporatisering - met name de al dan niet gedwongen internalisering van een privébedrijfscultuur bij overheidsinstellingen (Lowe & Alm, 1997). Daarnaast verwijzen deze zelfde commentatoren graag naar enkele buitenlandse ideaaltypische voorbeelden waar volgens hen een sterkere cultuurfilosofie heerst bij de ORO - al dan niet gestimuleerd door een sterker cultureel overheidsbeleid - zoals de referentiezender bij uitstek: de BBC (Verenigd Koninkrijk). Beide stellingen worden vaak als argument gehanteerd om een sterkere culturele rol te eisen voor een (versterkte) Vlaamse ORO. De derde stelling kan enerzijds geïnterpreteerd worden als een technologisch utopisme waarin verondersteld wordt dat nieuwe Informatie- en CommunicatieTechnologieën (ICT's) en de opkomende netwerkcultuur - en de bijbehorende communities of interest en practice (Wenger, 1999: Communities of Practice -- Learning, Meaning, and Identity) en prosumers (Toffler, 1981: The Third Wave) - het bestaan van een ORO althans voor cultuurverspreiding overbodig maken. Via een globaal gediversifieerd netwerk van narrowcasting, one-to-one en many-to-many kanalen zullen cultuurproducenten (instellingen en actoren uit de culturele sector, maar eveneens gewone consumenten) en het publiek elkaar (kunnen) bereiken zonder inmenging van een ORO. Anderzijds wordt deze derde stelling ook gehanteerd door pleitbezorgers van de vrije markt die verwachten dat de vrijwel ongelimiteerde bandbreedte een explosie van kanalen en een ongekende diversiteit van (ook culturele) inhouden zal veroorzaken. Zoals reeds hoger vermeld, worden deze eerste twee stellingen echter zelden of nooit empirisch onderbouwd en de derde is vrij speculatief. Dit onderzoek wil dan ook bestuderen wat al dan niet de opties zijn om cultuur breder en dieper te verspreiden via het massamedium televisie, meer specifiek via de ORO. Hiertoe ontwikkelen we eerst een analytisch instrument voor de classificatie en analyse van culturele televisie-inhouden. M.b.v. dit instrument zullen we de eerste twee stellingen empirisch analyseren, enerzijds vanuit historisch-comparatief, anderzijds vanuit internationaal-comparatief perspectief. Daarnaast zullen we de derde uitspraak analyseren vanuit een theoretisch en empirisch onderbouwd toekomstgericht exploratief perspectief. Via de studie van deze stellingen hopen we een beter inzicht te verwerven in de rol die de ORO - potentieel als cruciale hub (Barabási, 2003: Linked) of obligatory passage point (Callon, 1986: The Sociology of an Actor-Network) - in de toekomst dient te vervullen met betrekking tot cultuur.
AcronymFWOTM381
StatusFinished
Effective start/end date1/10/061/03/08

Keywords

  • communication

Flemish discipline codes

  • Philosophy, ethics and religious studies