Abstract

Het doel van deze studie was om de hydratatiestatus van vrouwelijk elite
jeugdvoetballers tijdens een officieel tornooi te volgen. Achttien speelsters van
de Belgische nationale jeugddamesploeg (WU19) namen deel aan deze studie
en lieten hun hydratatiestatus gedurende acht opeenvolgende tornooidagen
registreren. Om de hydratatiestatus na te gaan, werd gebruik gemaakt van
urinedensitometrie, met name Urine Specifieke Graviteit (USG). Alle
speelsters werden zowel voor als na elke training en wedstrijd gewogen. Ten
slotte werden ook de vochtinname en het zweetverlies tijdens elke training en
wedstrijd geregistreerd en berekend. Op de 5de dag van het tornooi woonden
de speelsters een individuele informatiesessie omtrent hun hydratatiestatus
bij.
De speelsters begonnen het tornooi reeds onvoldoende gehydrateerd, meer
bepaald in een mild hypogehydrateerde toestand. Tijdens de eerste dagen van
het tornooi verslechterde de hydratatiestatus nog lichtjes, al verbeterde deze
significant na de informatiesessie. De positieve effecten waren echter van
korte duur. Daarenboven was geen enkele speelster voldoende gehydrateerd
op beide recuperatiedagen (dag 5 en 8 van het tornooi).
Onze resultaten tonen aan dat de hydratatiestatus van vrouwelijke elite
jeugdvoetballers tijdens een officieel tornooi suboptimaal is en deze tijdens de
recuperatiedagen het meest in het gedrang komt
Original languageDutch
Pages1-8
Number of pages8
Specialist publicationVTS Redactioneel
Publication statusPublished - 1 Apr 2017

Cite this