De mondmaskerplicht ter bestrijding van covid-19 en het gezichtsbedekkingsverbod (art. 563bis Sw.): in hetzelfde bedje ziek?

Research output: Contribution to journalArticle

Abstract

Een belangrijk middel om de verspreiding van covid?19 te verhinderen is de mondmaskerplicht, die door meerdere ministeriële besluiten is opgelegd aan de Belgen. Problematisch is dat artikel 563bis Sw. een gezichtsbedekkingsverbod oplegt, waarbij het slechts beperkte uitzonderingen openlaat. Een ministerieel besluit kan evenwel geen afbreuk doen aan een wet, zodat de vraag rijst of de mondmaskerplicht wel rechtsgeldig is. De bijdrage onderzoekt of het dragen van een mondmasker inderdaad valt in het toepassingsgebied van artikel 563bis Sw. Daarna gaat ze na of de uitzonderingen op het gezichtsbedekkingsverbod – “afwijkende wetsbepalingen”, arbeidsreglementen of politieverordeningen in het kader van feestactiviteiten – de mondmaskerplicht kunnen wettigen. Vervolgens worden mogelijke oplossingen aangereikt voor de gevallen waarin deze uitzonderingen niet gelden. Enkele bijzondere vraagstukken worden dan nog onderzocht, meer bepaald enerzijds de strafrechtelijke positie van rechtsonderhorigen die een mondmasker dragen en van het bestuur dat een mondmaskerplicht oplegt en handhaaft, en anderzijds de verplichting om een mondmasker bij zich te hebben. Geëindigd wordt met een besluit. De bijdrage werd afgesloten op 10 maart 2021.
Original languageDutch
Pages (from-to)126-140
Number of pages15
JournalNullum Crimen
Volume2021
Issue number2
Publication statusPublished - 2021

Keywords

  • Covid-19
  • health crisis
  • penal law
  • Strafrecht
  • burqa-verbod
  • mondmasker
  • mouth mask

Cite this