Abstract
De Vrije Universiteit Brussel anticipeert op haar sterke groei met een drastische herinrichting van de campus Etterbeek. Onder andere voorziet ze verscheidene nieuwe gebouwen, goed voor in totaal 25.000m² aan nuttig vloeroppervlak. Met het ontwerp, van de hand van Conix RBDM Architects, wil de VUB inzetten op architectuur die gebaseerd is op een duurzaam concept (VUB 2012).
Het bijzondere aan de herinrichting is het voortzetten van de oorspronkelijke visie van de Franse architect Noël Le Maresquier: in zijn plan uit 1969 vatte Le Maresquier het middengedeelte van de campus op als een groene long (Braeken 2010; VUB 2012). Vandaag echter bevinden zich in het midden van de campus 352 studentenkamers die in 1973 volgens het ontwerp van de Belgische architect Willy Van Der Meeren werden gerealiseerd. Hoewel de geprefabriceerde
betonnen modules als tijdelijk waren bedoeld en zij een tweede leven konden krijgen op de campus in Jette of als vakantiehuisjes, werden zij in 1978 met nog eens 28 modules uitgebreid en zijn ze tot op vandaag in gebruik. In de loop der jaren zijn zij zelfs een kenmerkend artefact en een icoon van de campus geworden. Maar hoewel geliefd bij nieuwe studenten en bij alumni, is hun comfort achterhaald: de kamers zijn niet langer in overeenstemming met de huidige eisen inzake technische en energetische kwaliteit of toegankelijkheid (Vrebos 2012).
Door de Raad van Bestuur werd onder meer daarom beslist nieuwe huisvesting voor de studenten te voorzien aan de rand van de campus, gericht op en in dialoog met de stad en de bestaande studentenhuisvesting aan de Triom aan en Schoofslaan. Het hart van de campus kan daardoor ingevuld worden met functies, gericht op de kernactiviteit van de universiteit, zoals onderzoek, onderwijs en studentgerelateerde functies.
Omdat de studentenkamers met de realisatie van de nieuwe gebouwen in feite vervangen worden en om het midden van de campus opnieuw vrij te maken, werd aanvankelijk het plan opgevat de modules te slopen. Minstens dient echter de vraag gesteld te worden of een dergelijke afbraak, met een aanzienlijke afvalproductie en het daarbij horende transport en de verwerking, wel in overeenstemming is met de duurzaamheid waar de universiteit voor ijvert.
Het bijzondere aan de herinrichting is het voortzetten van de oorspronkelijke visie van de Franse architect Noël Le Maresquier: in zijn plan uit 1969 vatte Le Maresquier het middengedeelte van de campus op als een groene long (Braeken 2010; VUB 2012). Vandaag echter bevinden zich in het midden van de campus 352 studentenkamers die in 1973 volgens het ontwerp van de Belgische architect Willy Van Der Meeren werden gerealiseerd. Hoewel de geprefabriceerde
betonnen modules als tijdelijk waren bedoeld en zij een tweede leven konden krijgen op de campus in Jette of als vakantiehuisjes, werden zij in 1978 met nog eens 28 modules uitgebreid en zijn ze tot op vandaag in gebruik. In de loop der jaren zijn zij zelfs een kenmerkend artefact en een icoon van de campus geworden. Maar hoewel geliefd bij nieuwe studenten en bij alumni, is hun comfort achterhaald: de kamers zijn niet langer in overeenstemming met de huidige eisen inzake technische en energetische kwaliteit of toegankelijkheid (Vrebos 2012).
Door de Raad van Bestuur werd onder meer daarom beslist nieuwe huisvesting voor de studenten te voorzien aan de rand van de campus, gericht op en in dialoog met de stad en de bestaande studentenhuisvesting aan de Triom aan en Schoofslaan. Het hart van de campus kan daardoor ingevuld worden met functies, gericht op de kernactiviteit van de universiteit, zoals onderzoek, onderwijs en studentgerelateerde functies.
Omdat de studentenkamers met de realisatie van de nieuwe gebouwen in feite vervangen worden en om het midden van de campus opnieuw vrij te maken, werd aanvankelijk het plan opgevat de modules te slopen. Minstens dient echter de vraag gesteld te worden of een dergelijke afbraak, met een aanzienlijke afvalproductie en het daarbij horende transport en de verwerking, wel in overeenstemming is met de duurzaamheid waar de universiteit voor ijvert.
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Place of Publication | Brussels |
| Publisher | ae-lab, TRANSFORM Research Team |
| Commissioning body | Vrije Universiteit Brussel Directie Infrastructuur |
| Number of pages | 40 |
| Publication status | Published - Nov 2014 |
Keywords
- research by design
- design for change
Research output
- 1 Article
-
Life cycle costing as an early stage feasibility analysis: The adaptable transformation of Willy Van Der Meeren's student residences
Galle, W., Vandenbroucke, M. & De Temmerman, N., May 2015, In: Procedia Economics and Finance. 21, p. 14-22 8 p.Research output: Contribution to journal › Article › peer-review
Open AccessFile77 Downloads (Pure)
Cite this
- APA
- Author
- BIBTEX
- Harvard
- Standard
- RIS
- Vancouver