EPVs: een nieuw screeninginstrument voor de vroege opsporing van kinderen met een risico op communicatieve problemen?

Mie Cocquyt, Inge Zink

Research output: Contribution to journalArticlepeer-review

Abstract

Sinds enkele jaren zijn voor het Nederlandse taalgebied twee genormeerde instrumenten beschikbaar om kinderen met een risico op communicatieve problemen vroegtijdig op te sporen: de
NNST en de N-CDIs. Deze peilen vooral naar voorlopers van taalontwikkeling, vroege woordenschat en beginnende morfosyntaxis. De pragmatische vaardigheden komen in deze instrumenten minder specifiek aan bod. Tot op vandaag was er voor het
Nederlands nog geen genormeerd instrument voorhanden dat
de pragmatische vaardigheden van kinderen jonger dan twee jaar
uitgebreid in kaart brengt. Het nieuwe screeninginstrument Lijsten voor Evaluatie van Pragmatische Vaardigheden (EPVs) komt
hieraan tegemoet. De EPVs bestaan uit twee oudervragenlijsten:
de EPV1 voor kinderen met een ontwikkelingsleeftijd van 6 tot 15
maanden en de EPV2 voor kinderen met een ontwikkelingsleeftijd van 16 tot 30 maanden. De psychometrische onderzoeken
tonen goede resultaten. Door ouders zowel de EPVs als de N-CDIs
te laten invullen, krijgen we als hulpverlener een goed beeld van
de communicatieve mogelijkheden en beperkingen van een kind,
nog vσσr het onderzocht is met een gestandaardiseerde test.
Naast de afnames bij normaal ontwikkelende kinderen tonen afnames bij kinderen metschisis, met hetsyndroom van Down en
met autismespectrumstoornissen (ASS) aan dat de EPVs ook
bruikbaar zijn bij specifieke doelgroepen.
Original languageDutch
Pages (from-to)328-336
Number of pages9
JournalLogopedie en Foniatrie
Volume11
Issue number83
Publication statusPublished - Nov 2011

Cite this