Evaluatie van de territoriaal selectieve maatregelen in het woonbeleid

Research output: Book/ReportCommissioned report

Abstract

Deze studie werd gedaan op basis van onderzoek verricht door het Steunpunt Wonen, beleidsdocumenten, literatuur in de domeinen van de stedenbouw en geografie, parlementaire discussies en commissies en interviews met betrokken partijen. In het eerste hoofdstuk wordt de achtergrond en de positie van de territoriale selectiviteit in de verschillende beleidsdomeinen relevant voor wonen besproken. Daarbij wordt de context geschetst waarin de ruimtelijk selectieve maatregelen in verschillende beleidsdomeinen zijn ontstaan. Vervolgens worden deze bevindingen gecondenseerd in een meer algemene reflectie over de zin van territoriaal ingrijpen in het woonbeleid. In het tweede hoofdstuk wordt een evaluatie opgemaakt van deze maatregelen. Er wordt ingegaan op de inhoud van de maatregelen, de gebieden waar de maatregel van toepassing is, de operationele en strategische doelstellingen, de neveneffecten, doelbereiking en beleidseffectiviteit van elke maatregel. Daarbij wordt hun laatst vastgelegde ruimtelijke indeling en - waar mogelijk - een actualisatie op basis van nieuwe gegevens of nieuwe criteria weergegeven. Vervolgens wordt bestudeerd waar indicatoren aangepast kunnen worden om de beleidseffectiviteit van enkele maatregelen te verbeteren. Hiervoor worden nieuwe afbakeningstypologieën geïntroduceerd. Ten slotte worden concepten gegenereerd die de discussies nieuw leven kunnen inblazen.

In het Vlaamse Woonbeleid zijn territoriaal selectieve maatregelen opgenomen om toe te komen aan specifieke lokale problemen.

Enerzijds zijn er de woningbouw- en woonvernieuwingsgebieden uit de Vlaamse Wooncode, die een gebiedsgerichte verbetering van de woonkwaliteit nastreven via woonvernieuwing, woonrenovatie, inbreiding en kernversterking. Met de woningbouwgebieden wou men in 1997 komaf maken met de vele subsidiemechanismen van het historische Belgische en Vlaamse woonbeleid die een zeer verspreid nederzettingenpatroon in de hand hadden gewerkt. De afbakening van de woonvernieuwingsgebieden, die deel uitmaken van de woningbouwgebieden, kwam voort uit de beleidsoptiek om achtergestelde buurten te revitaliseren. Hoewel de afbakening 10 jaar geleden gebeurde, hebben hun doelstellingen nog niet veel aan kracht ingeboet. De beleidseffectiviteit ervan is echter niet groot. De beleidsmaatregelen die aan de afbakeningen gekoppeld zijn hebben enkel betrekking op subsidiemechanismen voor sociale woningbouw en woningbouw voor grote gezinnen, een klein segment in de globale woningbouw. De indicatoren die gehanteerd zijn om de gebieden te begrenzen zijn dan weer heel ruim genomen. De afbakening van de woonvernieuwingsgebieden is sterk verouderd en niet actualiseerbaar. De woningbouwgebieden kan men wel updaten, maar de lage beleidseffectiviteit van de operationele doelstellingen en vastgelegde criteria leiden tot de beleidsvraag om nieuwe indicatoren of afbakeningen te hanteren voor de gebieden.

Anderzijds zijn er de maatregelen met een afbakening op niveau van gemeente, die veelal in het leven geroepen zijn om het recht op betaalbaarheid en beschikbaarheid te waarborgen door prijsverschillen in verschillende regio's uit te vlakken. Het gaat hier over 'Vlabinvest', 'wonen in eigen streek', 'rollend grondfonds', 'verhoging inkomensgrenzen sociale huur'. Vlabinvest tracht wonen betaalbaar te maken in de Vlaamse rand voor lokale bewoners, door huur- en koopwoningen te realiseren waarbij een voorrang geldt voor mensen die een maatschappelijke, sociaal-culturele of economische band hebben met de gemeente. In de gemeenten waar 'wonen in eigen streek' van kracht is, worden bepaalde gronden slechts overgedragen aan mensen die een band met de gemeente hebben. De verschillende maatregelen hebben vaak dezelfde strategische doelstellingen; het tegengaan van sociale verdringing, het realiseren van een sociale mix, het behoud van het Nederlandstalig karakter in de randgemeenten rond Brussel. Verschillende van deze concepten worden als toverformules gehanteerd om de leefbaarheid te vergroten, maar het gevaar voor discriminatie loert daarbij vaak om de hoek. Ook ziet men dat de gehanteerde indicatoren ter afbakening van de gebieden, de doelstellingen niet omvatten; er worden telkens andere voorwaarden gehanteerd om gelijkaardige doelstellingen te bereiken. Uit literatuurstudies kan men afleiden dat ook een heel aantal parameters ontbreken, wil men de concepten op correcte wijze benaderen. De beleidseffectiviteit van de territoriaal selectieve maatregelen is over het algemeen laag, maar men kan zien dat de maatregelen 'Vlabinvest' en 'rollend grondfonds', die een bovenlokaal grondbeleid op gang trekken, beter in staat zijn 'het verschil te maken' dan 'wonen in eigen streek' omdat ze actief inzetten op creëren van een aanbod via projectontwikkeling. Door de aankoop en ontwikkeling van gronden, ontpopt Vlabinvest zich in samenwerking met de Sociale Huisvestingsmaatschappijen tot een belangrijke ontwikkelaar van vastgoedprojecten voor gemengde inkomensgroepen op bovenlokaal niveau. De werking vertoont parallellen met de Autonome Ontwikkelingsbedrijven die op stads- en gemeenteniveau een grondbeleid voeren om wonen sociaal en betaalbaar te houden in de verschillende Vlaamse steden. Deze bedrijven combineren de verschillende doelstellingen van het woonbeleid (en de territoriaal selectieve maatregelen op regionaal en gebiedsgericht niveau) in hoogwaardige ruimtelijk kwalitatieve projecten.

Deze bevindingen nopen tot het formuleren van de nieuwe onderzoeksdoelstelling om een meer integrale benadering te hanteren voor de strategische doelstellingen van de verschillende territoriaal selectieve maatregelen in het woonbeleid. Hierbij wordt gedacht aan een nieuwe gebiedsafbakening die mogelijk maakt om op bovenlokaal niveau, naar bovenstaande voorbeelden, een aangepast grond- en pandenbeleid te voeren. Op deze wijze kan een geïntegreerde aansturing van het lokaal woonbeleid komen, op basis van 'regionale woonprogramma's', eerder dan een opeenstapeling van verschillende maatregelen, afbakeningen en subsidieprogramma's.
Original languageDutch
Place of PublicationLeuven
PublisherSteunpunt Wonen
Number of pages120
ISBN (Print)978-90-5550-515-9
Publication statusPublished - 2013

Keywords

  • territorial selectivity
  • housing policy

Cite this