Gezinsbeleid als bevolkingspolitiek: terug van weggeweest?

Jan Van Bavel, Riet Bulckens (Editor), Dimitri Mortelmans (Editor), Marie-Thérèse Casman (Editor), Caroline Simaÿs (Editor)

Research output: Chapter in Book/Report/Conference proceedingChapter

Abstract

Gezinsbeleid als bevolkingspolitiek: terug van weggeweest?

Jan Van Bavel, Interface Demography, Vrije Universiteit Brussel

In mei 2006, in zijn jaarlijkse toespraak over de toekomst van zijn land, pleitte de Russische president Vladimir Poetin voor een forse verhoging van de kinderbijslag om op die manier iets te doen aan de dramatische daling van het geboortecijfer. Poetins argumenten voor een hoger geboortecijfer klinken bekend in de oren: zonder een verhoging van het geboortecijfer zullen er minder arbeidskrachten zijn en zal Rusland het met een kleiner leger moeten stellen.

Nationalistische argumenten motiveren al van oudsher de politieke zorg om het nationale kindertal. Ze doen sterk denken aan de negentiende eeuwse politieke commotie rond het geboortecijfer in Frankrijk na 1870, toen dat land in de oorlog tegen Pruisen een smadelijke nederlaag had geleden. Velen wezen in die dagen met een beschuldigende vinger naar de lage geboortecijfers. Volgens sommigen dreigde niets minder dan het totale wegkwijnen van Frankrijk.

Zo ver is het gelukkig niet gekomen en hoewel de demografische evolutie in Rusland tegenwoordig inderdaad om allerlei redenen zorgwekkend is, loopt de argumentatie van Poetin mank. We weten ondertussen al lang dat Pruisen zijn overwinning aan Frankrijk niet aan een hoger bevolkingscijfer maar wel aan een superieure militaire organisatie te danken had. En we weten ook al lang dat er geen verband is tussen de hoogte van de kinderbijslag en het aantal kinderen dat mensen krijgen. Geen enkele staat heeft trouwens de budgettaire mogelijkheden om een kostendekkende kinderbijslag te voorzien.

Toch is de toespraak van Poetin geen alleenstaand feit. Ook in de Europese Unie is er momenteel een opmerkelijke heropleving van pronatalistische pleidooien. Zo pleitte de Europese Commissie (2005) onlangs in een Groenboek ondubbelzinnig voor een beleid gericht op het opkrikken van het kindertal. Zonder bevolkingsgroei is er geen economische groei mogelijk, zo luidde e en van de argumenten. In het najaar van 2005 maakte de Franse premier Dominique de Villepin een aantal maatregelen bekend om het krijgen van een derde kind aan te moedigen, ondanks het feit dat Frankrijk nu al een van de Europese koplopers is op het vlak van de gemiddelde gezinsgrootte. Duitsland zit aan de lage kant van dat spectrum en de jongste jaren groeide daar dan ook de politieke bezorgdheid over het geboortecijfer: ondanks het feit dat Duitsland in Europa een relatief hoge kinderbijslag uitkeert, bleef het aantal geboorten er almaar verder dalen. Duitse politici zochten koortsachtig naar middelen om jonge Duitsers aan te zetten om meer kinderen te krijgen en begin 2006 nam de regering een aantal gezinsvriendelijke maatregelen met dat doel voor ogen. In Engeland vormde de stemming van de Work and Families Bill in 2005 de aanleiding voor een discussie over de vraag of die wet nu al dan niet verdoken de bedoeling had om het geboortecijfer op te krikken. Buiten Europa heeft Australië alle schroom voor een expliciet bevolkingsbeleid laten varen en een forse babybonus ingesteld per kind. De Australische minister van Financiën riep zijn landgenoten op om drie kinderen te hebben: one for mum, one for dad, and one for the country.
Gezinsbeleid uit de oude doos
Het mag duidelijk zijn: het natalistische bevolkingsbeleid is terug van weggeweest, of op zijn minst de discussie over het al dan niet wenselijk zijn van zo n beleid. Wellicht wordt het debat even intens als in de jaren 1960 en 70. Eerst, in de jaren waarin de babyboom nog volop bezig was, overheersten de stemmen die pleiten voor een indijking van de bevolkingsgroei, zowel in het Noorden als in het Zuiden. Zo stelde Paul Ehrlich in zijn bestseller uit 1968, The Population Bomb, maatregelen voor als een negatieve kinderbijslag, een belasting op kinderen en een hogere taxatie van kinderwagens. Toen het vanaf de vroege jaren 1970 duidelijk werd dat die babyboom voorbij was, kregen de omgekeerde stemmen de bovenhand. In ons land pleitte de Bond van Grote en Jonge Gezinnen toen al voor gezinspolitieke maatregelen om de ongewenste loop van sommige demografische curven om te buigen.
De jongste jaren bleef het in België, in vergelijking met onze buurlanden, redelijk stil. Blijkbaar heerst er onder onze politici en hun raadgevers nog een consensus dat er geen nood is aan meer geboorten of dat de politiek zich niet met zulke private aangelegenheden moet inlaten. Internationaal vergelijkend onderzoek concludeerde inderdaad dat de Belgische overheid zich weinig zorgen maakt over de vruchtbaarheid en de groei van de bevolking en geen expliciet bevolkingsbeleid voert (UN 2004). Ik verwacht dat dit zal veranderen en dat de kwestie demografie de komende jaren een veel prominentere plaats op de politieke agenda zal innemen dan nu het geval is.
Original languageDutch
Title of host publicationFamilies in beweging. Een Gezinsbeleid op maat?
Place of PublicationBrussels
PublisherTournesol Conseils, Luc Pire
Pages270-276
Number of pages7
ISBN (Print)978-2-87415-768-4
Publication statusPublished - 2007

Bibliographical note

Riet Bulckens, Dimitri Mortelmans, Marie-Thérèse Casman, Caroline Simaÿs

Keywords

  • family policy
  • population policy

Cite this