Hobbes, Volnet and Tocqueville: the state of nature, American indians and the construction of theory in the social sciences

Research output: Chapter in Book/Report/Conference proceedingChapter

Abstract

In wellicht de meest bekende zin van de Leviathan stelt Hobbes dat de natuurstaat gekenmerkt wordt door “continual fear, and danger of violent death; and the life of man, solitary, poor, nasty, brutish and short”. Hobbes’ visie op de natuurstaat is fundamenteel voor zijn theorievorming. Tegelijk benadrukt hij zowel in de Leviathan als in De Cive dat de indianen in Noord-Amerika die natuurstaat benaderen. Door die associatie te leggen, nam Hobbes stelling in een debat dat in Europa vanaf de zestiende eeuw woedde, rond de interpretatie van de politieke, sociale en culturele kenmerken van het nieuw ontdekte continent. Dit debat heeft, mede dank zij Hobbes’ stellingname, een cruciale rol gespeeld in de moderne ontwikkeling van politieke en sociale theorievorming. Om de impact van Hobbes te contextualiseren, vergelijk ik zijn stellingname met de bijdrage van twee latere auteurs, de Franse postrevolutionaire denkers, Volney en de Tocqueville. Beiden waren gedurende hun verblijf in de Verenigde Staten met de indianen in contact gekomen, en die confrontatie speelde ook een onmiskenbare rol in hun sociale theorievorming.
Original languageDutch
Title of host publicationThomas Hobbes. De ik-gerichtheid van de politieke filosofie
EditorsPaul De Hert, Maarten Colette, Andreas Kinneging
Place of PublicationEindhoven (NL)
PublisherDamon
Pages257-283
Number of pages27
ISBN (Print)9789463402521
Publication statusPublished - 2019

Keywords

  • Hobbes

Cite this