Inzage, notificatie en accountability: verwaarloosde mensenrechten in de BIM-wet

Research output: Contribution to journalArticlepeer-review

Abstract

Bijna alles in de BIM-wet (wet van 4 februari 2010 betreffende het verzamelen van gegevens door inlichtingen- en veiligheidsdiensten ) raakt aan de fundamentele rechten, waaronder het recht op privacy, het recht op een eerlijk proces en het recht op een effectieve remedie. Zoals in de locomotieftekst wordt aangegeven zijn bij het Grondwettelijk Hof een aantal verzoeken tot nietigverklaring ingediend, waarin naar deze rechten wordt verwezen. Ondertussen is de uitspraak van het Grondwettelijk Hof van 22 september 2011 (nr. 145/2011) bekend.
In deze bijdrage wordt ingegaan op twee grondrechtenaspecten van deze discussie, met name de vraag of de burger recht heeft op inzage in zijn gegevens en de vraag of de burger op de hoogte moet gebracht worden van het feit dat de veiligheidsdienst gegevens over hem of haar bewaart en/of verzamelt met toepassing van de BIM-wet. Samengevat luidt onze stelling dat de BIM-wet onder de mensenrechtelijke lat gaat door geen actieve notificatie te erkennen en door de passieve inzage te koppelen aan vele uitzonderingen zonder daarbij in een beroepsprocedure te voorzien. De bijdrage is geschreven voor het arrest van het Grondwettelijk. In zekere zin bevestigt het arrest onderstaande juridische analyse die zijn geldigheid behoudt en ook antwoord geeft op wat de wetgever moet doen na de uitgesproken vernietiging. De tekst is daarom niet gewijzigd. Een korte bespreking van het arrest is in fine toegevoegd.
Original languageDutch
Pages (from-to)93-98
Number of pages6
JournalOrde van de Dag
Issue number56
Publication statusPublished - 2011

Bibliographical note

B. Vangeebergen, J.Vanderborght, M. Easton, J-Cl. Gunst

Keywords

  • human rights

Cite this