Abstract
MacCurdy (2006) geeft in zijn onderzoek aan dat ervaring, technische vaardigheden en biologische maturiteit de belangrijkste factoren zijn die winst en verlies op jeugdkampioenschappen bepalen. De resultaten van Bailey 's (2008) onderzoek toonden aan dat prestaties tijdens de kindertijd, omwille van verschillende redenen met betrekking tot de psychologische ontwikkeling, een slechte voorspeller zijn van later succes. Bloom (1985) stelde dat er slechts een kleine validiteit is om prestaties op jonge leeftijd te gebruiken als indicator voor later succes. MacCurdy (2006) raadt ook aan om omwille van de veranderingen die jonge atleten nog kunnen ondergaan, geen extreme beslissingen te nemen voor 16-jarige leeftijd. De jeugdprestatie-index moet ons in staat stellen om een bijdrage te leveren aan de detectie van talentvolle jongeren op basis van prestaties op internationale jeugdkampioenschappen. De jeugdprestatie-index kan de prestatievorderingen van talenten op een efficiënte manier evalueren met het oog op doorstroming naar de absolute top en vergelijking met andere toppers uit diezelfde sporttak. De jeugdprestatie-index is slechts één verklarende factor in een geheel van verschillende evaluatieparameters tijdens de ontwikkeling van jonge topsporters (De Bosscher, et al., 2008) en fungeert als middel om de vooropgestelde onderzoeksvragen te beantwoorden. In deze eerste fase voor atletiek werd aan de hand van een top-down methode achterhaald hoe topatleten vroeger gepresteerd hebben op jeugdkampioenschappen. Aangezien de Vlaamse Atletiekliga (VAL) op een Europese vergelijking aanstuurde werden enkel atleten weerhouden voor de steekproefpopulatie op voorwaarde dat het land waarvan zij afkomstig zijn lid is van de Europese Atletiek Federatie (European Athletics Member Federations). Er werden voor deze eerste onderzoeksfase 364 prestatieprofielen opgesteld van vrouwelijke atleten die sinds 1990 een top 8 plaats behaalden op een Europees kampioenschap, een Wereldkampioenschap of Olympische Spelen en geboren waren vanaf het jaar 1974 of later als gevolg van de historiek van de geselecteerde jeugdkampioenschappen (EYOF, WYC, EJC, WJC, EK U23). Volgens MacCurdy (2006) zijn er talrijke jonge atleten die zeer goede resultaten behaalden als jonge juniors, maar toch niet doorbreken tot de top als senior. Anderzijds zijn er ook zeer veel spelers die niet uitzonderlijk presteerden als junior en later toch uitblinken op senior niveau. Dit kunnen we na dit onderzoek alleen maar bevestigen, aangezien 22,25% (n=81) van de atleten uit de steekproefpopulatie nooit gepresteerd heeft vóór 23-jarige leeftijd en op senior niveau toch internationaal succesvol waren. Zowel het vastleggen van een bepaalde kritische leeftijd waarop atleten moeten beginnen presteren alsook een welbepaald kampioenschap en de mate waarin zij hierop dan moeten presteren blijkt ondanks de duidelijke trends nooit onweerlegbaar te zijn.
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Publisher | Brussel: Vlaamse Gemeenschap |
| Edition | Onderzoek in opdracht van het departement Cultuur, Jeugd, sport |
| Publication status | Published - 2010 |
Keywords
- athletics
- youth performances
- talent identification
- selection
- elite sport success