Abstract
In 2010 wordt de Koning Boudewijnstichting via haar Luisternetwerk op de hoogte gesteld van de dringende nood aan een ander concept van gevangenissen. Startpunt voor dit project is het "Masterplan 2008-2012-2016 voor een gevangenisinfrastructuur in humane omstandigheden" van de Belgische regering. Dit Masterplan heeft als doel een oplossing te bieden voor de overbevolking in de gevangenissen, via een uitbreiding van de gevangeniscapaciteit. De bouw van deze nieuwe gevangenissen is een uitgelezen moment om stil te staan bij de ruimtelijke noden van haar gebruikers en bewoners.
Wie in de gevangenis werkt of woont heeft meestal heel wat inzicht in haar functioneren, maar wordt paradoxaal genoeg zelden geconsulteerd of gehoord in de dagelijkse uitwerking van het penitentiaire beleid. In dit project is tijdens zes focusgroepen met in totaal meer dan zestig professionele en niet-professionele gebruikers (zoals ex-gedetineerden, bezoekers, familieleden, werknemers, extern personeel, e.a) van de gevangenissen nagedacht en gediscussieerd over hun hedendaagse noden en behoeften vanuit ruimtelijk perspectief. Dit rapport wil deze mensen een stem geven en proberen te betrekken bij het besluitvormingsproces rond de renovatie en de constructie van nieuwe gevangenissen.
De belangrijkste empirische bevindingen uit de focusgroepen worden in een breder kader geplaatst van hedendaagse penologische inzichten over het samenleven in de gevangenis en de nationale en internationale regelgeving hieromtrent. De vraag die centraal staat is hoe een hedendaags gevangenisontwerp er moet uit zien om de huidige ontwikkelingen inzake de uitbouw van een humaan en op re-integratie gerichte detentie te stimuleren en te maximaliseren.
Tijdens de focusgroepen is herhaaldelijk gewezen op het belang van een explicitering van de penitentiaire visie van waaruit de nieuwe gevangenissen moeten ontwikkeld worden. Consortia en architecten moeten door de beleidsmaker/opdrachtgever duidelijk geïnformeerd worden over deze visie. Architecten moeten hiermee vervolgens aan de slag kunnen gaan, binnen de randvoorwaarden, maar met de nodige ruimte voor inventiviteit.
Bij heel wat deelnemers is er eensgezindheid over de mate waarin het gevangenisontwerp de cultuur en het leefklimaat in de gevangenis beïnvloedt. Grote gevangenissen worden door de deelnemers, al dan niet vanuit de eigen ervaring, geassocieerd met afstandelijkheid, koude omgangsvormen en een bedreiging van de dynamische veiligheid. De vraag naar kleinschaligheid en maximale mogelijkheden voor differentiatie in functie van het detentietraject, beveiligingsniveau, specifieke problematieken van gedetineerden, etc. is dan ook erg groot. Architecten die de toekomstige gevangenis van Haren (Brussel), die bestemd is voor 1200 personen, staan dan ook voor een grote uitdaging.
De meeste deelnemers aan de focusgroepen schrijven zich in in een project van humane detentie-invulling, dat normalisering en re-integratie centraal stelt. De nieuwe capaciteit dient maximale mogelijkheden te creëren om gedetineerden een regime aan te bieden op een glijdende schaal van individuele detentie tot gemeenschapsregime. Er wordt voorgesteld om met eenheden te werken die gemakkelijk van bestemming kunnen veranderen, zodat adequaat kan ingespeeld worden op de noden van het moment. Uit de tussenkomsten distilleren we een beeld van een gevangenis die zich open stelt voor de diensten en organisaties in onze samenleving en die ruimte en kansen biedt voor respectvolle interacties tussen personeel en gedetineerden en omgang met bezoekers.
Via dit rapport, dat in de eerste plaats gericht is aan de ontwerpers van de nieuwe gevangenissen, hoopt de Koning Boudewijnstichting bij te dragen tot de ontwikkeling van een visie op gevangenisarchitectuur die aansluit bij de noden van een hedendaags en humaan gevangenisregime. Ze hoopt eveneens dat dit rapport het draagvlak voor een humane detentie kan vergroten, en dit zowel bij de publieke opinie als in de politieke wereld.
Wie in de gevangenis werkt of woont heeft meestal heel wat inzicht in haar functioneren, maar wordt paradoxaal genoeg zelden geconsulteerd of gehoord in de dagelijkse uitwerking van het penitentiaire beleid. In dit project is tijdens zes focusgroepen met in totaal meer dan zestig professionele en niet-professionele gebruikers (zoals ex-gedetineerden, bezoekers, familieleden, werknemers, extern personeel, e.a) van de gevangenissen nagedacht en gediscussieerd over hun hedendaagse noden en behoeften vanuit ruimtelijk perspectief. Dit rapport wil deze mensen een stem geven en proberen te betrekken bij het besluitvormingsproces rond de renovatie en de constructie van nieuwe gevangenissen.
De belangrijkste empirische bevindingen uit de focusgroepen worden in een breder kader geplaatst van hedendaagse penologische inzichten over het samenleven in de gevangenis en de nationale en internationale regelgeving hieromtrent. De vraag die centraal staat is hoe een hedendaags gevangenisontwerp er moet uit zien om de huidige ontwikkelingen inzake de uitbouw van een humaan en op re-integratie gerichte detentie te stimuleren en te maximaliseren.
Tijdens de focusgroepen is herhaaldelijk gewezen op het belang van een explicitering van de penitentiaire visie van waaruit de nieuwe gevangenissen moeten ontwikkeld worden. Consortia en architecten moeten door de beleidsmaker/opdrachtgever duidelijk geïnformeerd worden over deze visie. Architecten moeten hiermee vervolgens aan de slag kunnen gaan, binnen de randvoorwaarden, maar met de nodige ruimte voor inventiviteit.
Bij heel wat deelnemers is er eensgezindheid over de mate waarin het gevangenisontwerp de cultuur en het leefklimaat in de gevangenis beïnvloedt. Grote gevangenissen worden door de deelnemers, al dan niet vanuit de eigen ervaring, geassocieerd met afstandelijkheid, koude omgangsvormen en een bedreiging van de dynamische veiligheid. De vraag naar kleinschaligheid en maximale mogelijkheden voor differentiatie in functie van het detentietraject, beveiligingsniveau, specifieke problematieken van gedetineerden, etc. is dan ook erg groot. Architecten die de toekomstige gevangenis van Haren (Brussel), die bestemd is voor 1200 personen, staan dan ook voor een grote uitdaging.
De meeste deelnemers aan de focusgroepen schrijven zich in in een project van humane detentie-invulling, dat normalisering en re-integratie centraal stelt. De nieuwe capaciteit dient maximale mogelijkheden te creëren om gedetineerden een regime aan te bieden op een glijdende schaal van individuele detentie tot gemeenschapsregime. Er wordt voorgesteld om met eenheden te werken die gemakkelijk van bestemming kunnen veranderen, zodat adequaat kan ingespeeld worden op de noden van het moment. Uit de tussenkomsten distilleren we een beeld van een gevangenis die zich open stelt voor de diensten en organisaties in onze samenleving en die ruimte en kansen biedt voor respectvolle interacties tussen personeel en gedetineerden en omgang met bezoekers.
Via dit rapport, dat in de eerste plaats gericht is aan de ontwerpers van de nieuwe gevangenissen, hoopt de Koning Boudewijnstichting bij te dragen tot de ontwikkeling van een visie op gevangenisarchitectuur die aansluit bij de noden van een hedendaags en humaan gevangenisregime. Ze hoopt eveneens dat dit rapport het draagvlak voor een humane detentie kan vergroten, en dit zowel bij de publieke opinie als in de politieke wereld.
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Publisher | Unknown |
| Number of pages | 72 |
| ISBN (Print) | 978-90-5130-761-0 |
| Publication status | Published - 2011 |
Keywords
- prison
- architecture
- regime
Cite this
- APA
- Author
- BIBTEX
- Harvard
- Standard
- RIS
- Vancouver