Werkloze als vennootschapsbestuurder. Volstrekt onmogelijk?

Koen Nevens

Research output: Contribution to journalArticle

Abstract

Koen Nevens onderzoekt of een werkloze volgens de werkloosheidsreglementering een mandaat als vennootschapsbestuurder mag bekleden. Hij bespreekt de bestaande wetgeving en rechtspraak, en plaats hier en daar een kritische kanttekening. Zijn bijdrage is verschenen in het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW) nr. 283 van 5 juni 2013. Hierna vindt u een samenvatting van deze bijdrage.

Sinds enkele jaren maakt de RVA een meer doorgedreven gebruik van informatie die beschikbaar is in allerhande overheidsdatabanken. Deze werkwijze leidt tot een efficiënter en doeltreffender controlebeleid. Vele werklozen die hun uitkeringen cumuleerden met een mandaat als vennootschapsbestuurder, hebben dit al mogen ondervinden. De RVA gaat immers resoluut over tot uitsluiting van deze personen uit de werkloosheidsverzekering.

Strenge rechtspraak
Het beleid van de RVA vindt steun in de rechtspraak. Voor het Hof van Cassatie is de uitoefening van een bestuursmandaat een activiteit voor zichzelf, die kan worden ingeschakeld in het economisch ruilverkeer en die verder gaat dan het gewoon beheer van eigen bezit. Dit is onverenigbaar met werkloosheidsuitkeringen. De arbeidsgerechten oordelen niet anders.

Het mandaat pro forma
De rechtspraak heeft hierbij weinig oor naar het argument van vele werklozen dat zij slechts op papier zaakvoerder waren met het oog op het inbrengen van het attest bedrijfsbeheer. Doorgaans wordt dit opgevat als voldoende bewijs van het feit dat de werkloze daadwerkelijk een activiteit als bestuurder uitoefende. Voor deze redenering wordt steun gezocht in de vestigingsreglementering.

De slapende vennootschap
Een argument dat ook vaak door werklozen wordt aangevoerd, is dat de vennootschap geen enkele activiteit ontplooide. Er moet echter een onderscheid worden gemaakt tussen de activiteit van de bestuurder enerzijds, en de activiteit van de vennootschap anderzijds. Ook de bestuurder van een slapende vennootschap kan en moet nog steeds bestuurstaken op zich nemen. Volgens de rechtspraak volstaat zelfs de uitoefening van deze minieme bestuurstaken om het recht op werkloosheidsuitkeringen te verliezen.

Het retroactief ontslag
Ten slotte is het vaak zo dat werklozen in een confrontatie met de RVA nog pogen de situatie te regulariseren door retroactief ontslag te nemen. De rechtspraak stelt zich doorgaans op het standpunt dat het ontslag pas aan deze instelling tegenwerpelijk is op datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad. In mijn bijdrage stel ik echter een verfijndere analyse voor, waarbij enerzijds wordt geargumenteerd dat de RVA de feitelijke realiteit moet laten primeren, maar waarbij anderzijds ook op grond van ditzelfde principe aan de RVA de mogelijkheid moet worden geboden om de antidatering van geschriften te bewijzen.
Original languageDutch
Pages (from-to)430-437
Number of pages8
JournalNieuw Juridisch Weekblad
Issue number283
Publication statusPublished - 2013

Keywords

  • unemployment

Cite this