Zorgt het geven van een functioneel trainingsschema bij start to runners voor een verbetering van het looppatroon en een vermindering van loopletsels?

Liesbeth De Feyter, Evert Zinzen, Kristof Huts

Research output: Chapter in Book/Report/Conference proceedingMeeting abstract (Book)

Abstract

Situering: Start to run is een trainingsprogramma dat de laatste jaren erg populair is geworden. Dit programma kiest voor een progressieve opbouw met als doel na tien weken vijf kilometer te kunnen lopen. Ondanks deze progressieve opbouw moeten heel wat mensen toch het programma staken door loopletsels.

Doelstelling: Dit onderzoek heeft als doel een aanvulling te bieden aan het concept van start to run om het optreden van loopletsels nog te verminderen.

Methode: Een functioneel trainingsschema (FTS) wordt opgesteld ter preventie van het patellofemoraal pijnsyndroom, het iliotibiale band frictiesyndroom en achillespeestendinopathie. Een opbouwend FTS wordt door interventiegroep één zes weken voor de aanvang van de start to run uitgevoerd, interventiegroep twee voert het FTS gelijkertijd uit met de start to run, terwijl de controlegroep enkel het basisschema start to run volgt. Een krachttest voor de M. quadriceps, M. gluteus medius en M. triceps surae wordt uitgevoerd voor de aanvang van het FTS bij interventiegroep één, bij aanvang van week twee van de start to run en na tien weken start to run. Op deze momenten wordt eveneens een looptest afgenomen. De deelnemers dienen optredende onderzoeksgerelateerde letsels te rapporteren. Om verschillen tussen de groepen vast te stellen werd gebruik gemaakt van kruistabellen (Chi-kwadraat) voor de analyse van de covariabelen, drop-out en de loopanalyse enerzijds en van de one-way ANOVA voor de statistische analyse van de krachttesten anderzijds. Intention-to-treat procedures werden bij al deze tests toegepast.

Resultaten: De meest voorkomende loopletsel t.g.v. start to run bevinden zich t.h.v. de achillespees en knie. Er is geen significant verschil in de drop-out door een onderzoeksgerelateerd letsel tussen de drie groepen. Bij de drie groepen is er een significante toename van de spierkracht van de linker M. gluteus medius aan het einde van de interventie. Bij de controlegroep is er eveneens een toename van de spierkracht van de rechter M. quadriceps. Daarentegen is er een significante afname van de spierkracht van de M. triceps surae bij interventiegroep één.

Conclusie: Het volgen van het FTS heeft geen invloed gehad op het looppatroon en de drop-out door een onderzoeksgerelateerd letsel.
Original languageDutch
Title of host publicationAbstractboek 18de VK Symposium
EditorsMartine Thomis, Pascal Delheye
Place of PublicationLeuven
PublisherFaculteit Bewegings- en revalidatiewetenschappen
Pages33-33
Number of pages1
Publication statusPublished - 13 Dec 2013

Bibliographical note

Martine Thomis & Pascal Delheye

Keywords

  • start to run

Cite this