Synchrone motoren met permanente-magneet-bekrachtigingworden niet alleen in grote aantallen gebruikt voor hoogdynamische servo-aandrijvingen(met een vermogen tussen 1 en 10 kW) doch nu ook enerzijds voor aandrijvingen van zeer hoog vermogen (bijvoorbeeld marinetoepassingen,als aandrijvingen in zogenaamde 'pods' voor grote zeeschepen) alsook anderzijds aan het lagere uiterste van de vermogenschaal (bijvoorbeeld elektrische fiets). Anders dan bij inductiemachine-aandrijvingenis een eenvoudigeVlf spanningssturing (soms 'scalaire sturing' genoemd) hier niet praktisch maar wordt bijna altijd een stroomsturing gebruikt. Deze stroomsturing was tot voor enkelejaren vooral uitgevoerd met stroombroninvertoren (CSlof 'current source inverter') maar de overwegende trend gaat nu naar spanningsinvertoren met een stroomregeling (wat praktisch equivalent is met een CSI). Anders dan bij een spanningsvoeding is het bij een dergelijke aandrijving zo dat de invertor de machine volgt, d.w.z. de schakelsignalen voor de invertor worden uitgestuurd in functie van de positie van de rotor of de flux van de machine. Dat vergt dus de kennis van de rotorpositie (of de fluxpositie). Tegelijk kan met een dergelijke sturing ook het dynamisch gedrag van de aandrijving geoptimaliseerdworden, bijvoorbeelddoor veldoriêntatie,waarbij in hoofdzaakde statorstroomcomponent loodrecht op de (rotor)flux wordt gevarieerd. De overgangsverschijnselenworden hierdoorsterk gereduceerd. Ook kan, afhankelijk van de reluctantieverhoudingvan de machine, het snelheidsbereikvan de machine sterk worden uitgebreid naar boven toe door middel van een tijdelijke demagnetisatie van de permanente magnetenof veldverzwakking. Voor de positiemetingvan de rotor of flux kunnen bijvoorbeeldsensoren worden gebruikt: Hall-sensoren(ingebouwd), optische sensoren, resolvers,... Het grote nadeelvan die sensoren is dat zij de betrouwbaarheidvan de aandrijving sterk reduceren. In vele gevallen wenst men daarom in het geheel geen sensoren (bijvoorbeeld in het geval van een motor voor scheepsaandrijving ingebouwd in een pod; een defect vergt dan dat het schip naar een droogdok wordt gebracht!). Sensorloze oplossingen bij hogere snelheden zijn principieel relatief eenvoudigte realiseren. De tegen-e.m.k. van de machine is dan immers voldoende hoog om te snelheid en de rotorpositie te kunnen bepalen. Bij voeding uit een stroombroninvertor (BLOCof Brushless OCmotor) kan men bijvoorbeeld meten tijdens de stroomloze intervallenvan een fase. Men meet dan de e.m.k. gekoppeld met die fase wat min of meer direct toelaat de rotorpositie af te leiden. Bij voeding uit een spanningsbroninvertor(voor BLAC of BrushlessAC motor; meestal het geval) echter moet beroep gedaan worden op parameteridentificatiemethodesen observertechnieken.