Tussen land en zee. Kustlandschap, maritieme activiteit en maritieme attitude rond de Noordzee (700-1100).

Projectdetails

!!Description

Het doel van dit doctoraatsproject is een inzicht te krijgen in de interne dynamiek van vroegmiddeleeuwse kustlandschappen rond de Noordzee, om zo de relatie te belichten tussen de politieke en socio-economische organisatie van het binnenland (referenties?) en de handelsnetwerken over de Noordzee (bijv. Hodges 1982, recenter?). Bijzondere aandacht zal daarbij gaan naar het belang dat bewoners van kustgebieden hechten aan de interactie met de zee als landschappelijk element met een bepaalde economische, sociale en ideologische waarde; met andere woorden de maritieme attitude van de kustbewoner, uitgedrukt in zijn (archeologisch herkenbaar) gedrag ten overstaan van de zee.

Casestudies

Deze maritieme attitude zal onderzocht worden in twee geografische regios (Vlaanderen en Noordoost-Engeland) en op twee chronologische niveaus (8e en 11e eeuw). In elk van deze vier casestudies zal dezelfde analysemethode (cf. infra) toegepast worden. De inventaris zal opgesteld worden aan de hand van bestaande publicaties.

Vroegmiddeleeuws Vlaanderen was een grotendeels marginaal landschap. Het economische en culturele kerngebied lag zowel in de Merovingische als in de Karolingische periode ten oosten van de Scheldevallei. Vanaf de 9e eeuw verwierven de grafelijke en kerkelijke autoriteiten geleidelijk controle over de kustvlakte met het oog op tolheffing, zoutontginning en wolproductie. Antwerpen (Tys 2004: 186) was een belangrijk economisch en politiek centrum vanaf de 7e eeuw. Latere Karolingische handelscentra in de regio waren ondermeer Brugge en Veurne. Recent werden ook een aantal sites met een lagere status geïdentificeerd, waaronder zowel handelsplaatsen op het strand (bijv. nabij De Panne) als gecentraliseerde nederzettingen (bijv. Leffinge) (Loveluck and Tys 2002; Tys 2003). Het werk van promotor Dries Tys zal een sleutelrol spelen als basis voor de inventaris, maar ook als bron van te controleren interpretaties en hypotheses.

De belangrijkste factor in Noordoost-Engeland tussen de 8e en 11e eeuw (pre-1066) is ongetwijfeld de vestiging van Scandinavische immigranten en het ontstaan van een hybride Anglo-Scandinavische cultuur (Hadley 2000). Ook in dit gebied wordt de reeds enige tijd beschikbare informatie over centrale plaatsen als York (Hall et al. 2004) aangevuld met recent gepubliceerde projecten die licht werpen op rurale nederzettingen. De voornaamste hiervan zijn de Humber Wetlands survey (Van de Noort 2004) en de opgravingen in West-Heslerton (Haughton, Powlesland et al. 1999) en Cottam (Richards 1999). Dankzij het Portable Antiquities Scheme is bovendien een belangrijke inventaris van oppervlaktevondsten beschikbaar. Inspirerende parallellen voor dit onderzoek kunnen gevonden worden in het werk van Chris Loveluck (1994, 1998, 2001) over meer zuidelijke regios van Engeland. Mijn MA by research (2006-2007) aan de University of York over de veranderingen in het nederzettingspatroon van de Noordoost-Engelse kustvlakte rond 1066 kan gezien worden als een voorbereiding voor deze casestudie op het vlak van literatuurstudie en academische contacten.

Methodologie

In een eerste fase zal het onderzoek gericht zijn op de nederzetting en haar maritieme attributen, die geanalyseerd zullen worden in drie stappen. Ten eerste is er nederzettingslocatie, waarbij vooral de nabijheid en bereikbaarheid van de zee van belang zijn. Een tweede stap omvat maritieme activiteiten, waarvan de belangrijkste visvangst, zoutproductie en maritieme uitwisseling zijn. Directe archeologische aanwijzingen hiervoor omvatten haveninfrastructuur, overblijfselen van visgerei, afval van de verwerking van vangsten, en concentraties van munten. Ten derde worden maritieme producten onderzocht, afkomstig van zowel intra-regionale maritieme exploitatie als extra-regionale maritieme uitwisseling. Terwijl de voorgaande stap inzicht biedt in het eerste deel van de intra-regionale economische levenscyclus (productie/verwerving) van deze producten, behandelt deze derde stap consumptie en depositie. De belangrijkste informatiebronnen hier zijn het relatieve aandeel van maritieme producten in het dieet (weerspiegeld in voedselresten) en objecten van overzeese afkomst. Voor Vlaanderen was de belangrijkste import keramiek uit het Rijngebied en uit Zuid-Engeland (Tys 2003), voor Noordoost-Engeland slijpstenen uit Noorwegen en Continentale keramiek, metaal en maalstenen (Naylor 2004: 64-80). Gegevens over dieet zijn schaars in Vlaanderen, maar vergelijking met de gegevens uit (Noordoost-)Engeland (Barrett et al. 2004) kan toch toelaten om bepaalde tendenzen te herkennen.

Het resultaat van deze analyse zal leiden tot een nederzettingstypologie waarin elk type een bepaalde vorm van interactie met de zee vertegenwoordigt. Door vergelijking van de onderlinge proporties van de types kunnen verschillen tussen tijdsniveaus en regios opgemerkt worden. Vervolgens zullen uit elk type een beperkt aantal goedgedocumenteerde sites geselecteerd worden, waarop een diepgaandere analyse van maritieme attributen wordt toegepast. De eerder kwantitatieve aanpak van de tweede en derde stap van bovenstaande analyse wordt nu aangevuld door een contextuele studie. In het bijzonder zal aandacht gaan naar sociale praktijken rond maritieme activiteiten en objecten, en de relaties ervan met de terrestrische economie en sociale en politieke structuur van het binnenland.

Deze analyses op regionaal en lokaal niveau zullen een grondig begrip opleveren van het economische belang en de sociale waarde van de interactie met de zee, en dus van maritieme attitude, op verschillende plaatsen in het landschap. Een laatste stap wordt het verklaren van verschillen tussen Vlaanderen en Noordoost-Engeland op beide tijdsniveaus en van veranderingen doorheen de tijd in beide regios. Deze verklaringen zullen gebeuren in functie van de ontwikkelingen in zowel binnenlandse politieke en socio-economische structuren als veranderingen in het overzeese uitwisselingsnetwerk van de Noordzee.

AcroniemFWOTM417
StatusGeëindigd
Effectieve start/einddatum1/10/0730/09/11

Flemish discipline codes

  • History and archaeology
  • Economics and business