Copinggedrag bij jonge kinderen : Longitudinaal onderzoek naar de ontwikkeling van copingstijlen

Projectdetails

!!Description

In vergelijking met andere leeftijdsgroepen, werden jonge kinderen tot op heden relatief weinig betrokken in het onderzoek naar copinggedrag. In die onderzoeken waar ze wel betrokken werden, zien we echter dat het copinggedrag bestudeerd werd in een beperkt aantal ( experimentele) situaties. Vanuit de literatuur, wordt ook de behoefte aan longitudinaal onderzoek naar het copinggedrag van jonge kinderen in meerdere, gelijkaardige situaties beklemtoond. Dergelijk onderzoek kan immers een grote waarde hebben voor de, ook in de uitgebreide literatuur over coping bij volwassenen, nog niet opgeloste onderzoeksvraag, namelijk of copingstijlen kunnen worden opgevat als gegeneraliseerde copingstrategieen.In dit projekt willen wij dan ook de ontwikkeling van copingstijlen bij jonge kinderen van 0 tot 3 jaar bestuderen d.m.v. een longitudinaal onderzoek. Vooreerst zullen de mogelijke veranderingen in het, tijdens overgangsperioden vertoonde, copinggedrag in functie van zowel de chronologische als de mentale leeftijd (gemeten m.b.v. de BOS 2- 30) onderzocht worden. Daarnaast zal nagegaan worden welke variabelen de ontwikkeling in het copinggedrag bij jonge kinderen beïnvioeden. Hierbij zullen zowel het temperament van het kind (gemeten m.b.v. de verkorte versie van de Infant Temperament Questionnaire) als de reactie van de verzorgers als onafhankelijke variabelen gehanteerd worden. Ten laatste, beogen wij na te gaan in welke mate de op jonge leeftijd ontwikkelde copingstrategieën (copingstijlen) een voorspellende waarde kunnen hebben voor de gehanteerde copingstrategieen (copingstijlen) na de leeftijd van 3 jaar.Verlenging:Jonge kinderen werden, in vergelijking met andere leeftijdsgroepen, slechts ten dele in onderzoek naar copinggedrag betrokken (Karraker et al. 1994; Karraker & Lake, 1991; Zeitlin, 1981). Daar waar ze wel betrokken werden, zien we echter dat de meeste onderzoeken, het copinggedrag bij jonge kinderen als reactie op één of slechts enkele stressvolle gebeurtenissen in een laboratorium besproken hebben. Een, bij de lacune in kennis aansluitende, doelstelling van dit onderzoek is dan ook het bestuderen van het copinggedrag bij jonge kinderen in meerdere, niet-experimentele situaties. Meer bepaald werd geopteerd voor het bestuderen van het copinggedrag bij jonge kinderen (12 tot 36 maanden) tijdens overgangsperiodes. Niet alleen laat het bestuderen van het copinggedrag in meerdere natuurlijke situaties, die gespreid worden in de tijd, ons toe om na te gaan of het copinggedrag verandert of gelijk blijft in de loop van tijd, maar kan dit ons ook een inzicht bieden in de (in)consistentie van het individuele copinggedrag in verschillende situaties. Tevens zal nagegaan worden of het temperament en het geslacht van het kind de (mogelijke) ontwikkeling in het copinggedrag beïnvloeden. Doordat jonge kinderen een afhankelijkheidspositie hebben ten opzichte van hun verzorgers, dient tevens de sociale context in het onderzoek naar hun copinggedrag betrokken te worden (Leiderman, 1983). Meer in het bijzonder zal bestudeerd worden hoe de opvoeders reageren op het copinggedrag van het kind. Om kinderen met een ontwikkelingsachterstand uit de proefgroep uit te sluiten, zal een ontwikkelingsniveau opgesteld worden met behulp van de Bayley Ontwikkelingsschalen (van der Meulen & Smrkovsky, 1983).
AcroniemOZR90
StatusGeëindigd
Effectieve start/einddatum1/01/9731/12/99

Flemish discipline codes

  • Psychology and cognitive sciences