Identiteiten en taalkundige realiteiten in Brussel: een interactieve peiling van Brusselse jongeren.

Projectdetails

!!Description

De notie van identiteit staat centraal als we het hebben over de verhouding tussen groepen. Om spanningen en conflicten te begrijpen is het belangrijk de logica van indentitiet en identiteitsbouw te begrijpen. Taal is één van de factoren die zowel idivinduele als als sociale indntitiet bepaalt. De geschiedenis van Quebc, maar ook van België vormen een mooie illustratie over de rol van taal in het ontstaan van collectieve spanningsverhoudingen. In deze gevallen vormen de taalverhoudingen immers de motor van het Quebecois nationalisme en van de Vlaamse politieke strijd.

De confrontatie van verschillende talen, elke dag opnieuw, zorgt ervoor dat ieder individu een beeld vormt over verschillende taalgemenschappen. Deze confrontatie noopt ook tot zelfplaatsing in die meertalige omgeving. Deze plaatsing en zelfplaatsing is in de meest gevallen vrij vaag. Mensen bekennen slechts kleur op sleutelmomenten, wanner ze ertoe worden gedwongen. Ook de klassieke bevragingstechnieken, via gestructureerde vragenlijsten, trachten respondenten te dwingen tot het maken van een keuze. Door op deze manier stil te staan bij slechts één type van culturele of taalindentiteit lopen we echter het risico de dynamiek van identiteitsvorming uit het oog te verliezen. De zelfplaatsing kan sterk contextgebonden zijn en snel evolueren. Het is echter dzez contextgevoeligheid die de dagelijkse realitiet van een taalconflict bepaakt.We weten echter nog relatief weinig over de manier waarop de dagelijkse omgang tussen mensen de indentiteiten vormen.Hoe worden indentiteiten opgebouwd in dergelijke meertalige contexten? Deze vragen over identiteisopbouw en sociale integatie zijn pertinent voor een stad als Brussel(19gemeenten). Het gewest kent niet alleen twee formele taalgemeenschappen, maar huisvest bovendien andere culturen. Darenboven blijkt de impact van de internationale instellingen niet te onderschatten. De taal van de internationale elite, het Engels, wint aan belang zowel in de onderwijscontext als op de Brusselse arbeidsmarkt.

De vorming van een taalideneteit is een coplex proces waarin zowel een cognitieve als een affectieve en evaluatieve dimensie in zit. Taal wordt overgedragen van de ene generatie op de andere en in die overdracht wordt niet alleen taalvaardigheid overgedragen(het cogniteiove). Taal verschaft een individu ook middelen om de maatschappij in te delen in verschillende sociale categorieën(evaluatieve) en trekt uiteindelijk ook grenzen tussen groepen. Deze afbakening gaat ook gepaard met het ontstaan van gevoelens van solidariteit en afkeer binnen en tussen groepen(affectieve dimensie) (Ackaert&Deschouwer,1999). Maar het talgebruik en het belang dat men hecht aan taalsolidariteit, varieert volgens de sociale setting waarin men is geplattst.

Om te weten hoe door jongerenwordt omgegaan met meertaligheid, zullen we de dynamiek van intercultureel conflict en samenwerking trachten te simuleren bij adolescenetn. Een mogelijke manier van werken bestaat eruit Brusselse jongeren van verschillende taalgronden te confreoteren via een 'interactief panel' (analoog aan hetgeen bekend staat als 'deliberative polling' in de VS;zie Fishkin,1997). Een dergelijk meetinstrument omvatverschillende fasen, waardoor men de momentopname van de klassieke enquête overstijgt. Het biedt de mogelijkheid het prcos van verantwoording en van identiteitsconstructie dynamisch te volgen.

_ faseI:In een eerste fase zullen een 1000-tal scholieren worden begraafd via een gestructureerde vragenlijst in de scholen. We mikken op 5de en 6de jaars leelingen uit het secundair onderwijs, uit alle ondrewijsvormen(ASO,BSO,KSO,TSO), uitgezoderd BuSO en DBSO.

Zo'n 40%van de steekproef van scholen zou Nederlanstalig zijn en 60%Franstalig.De scholen moeten gespreid zijn over de verschillende onderwijsnetten(Gemeenschapsonderwijs,Vrij Onderwijs,Stedelijk Onderwijs,Onderwijs versterkt door de VGC en CoCof)



_ FaseII:Uit de 1000 scholieren zullen een 100-tal scholierenworden geselecteerd om deel te nemen aan een dialoogdag. Deze dialoogdag bestaat uit uiteenzetting en discussies over de problematiek van percptie van de 'anderen' en over de eigen beleving van de meertalige omgeving. De deelnemers zullen in keinere (gemengde) groepen ook geconfroteerd worden met de resultaten van de eerste bevraging uit faseI.

De dag wordt afgesloten door de afname van dezelfde vragenlijst bij deze 100 jongeren. Naast deze 100 deelnemers zullen een 100tal andere jongeren worden geselecteerd. Deze leerlingen zullen niet worden uitgenodigd voor de dialoogdag, maar krijgen wel een vragenlijst. Zij dienen als controlegroep. Aan de hand van bevraging kunnen we nagaan of een gialoogdag enig invloed heeft op de opinies, attitudes en waarden van de deelnemers. Blijven de voorheen bestaande breuklijnen bestaa?Verergeren ze? Of maakt onbekend echt onbmind?



Zowel in de eerste als in de tweede fase zullen de vragenlijsten vooral peilen naar vijf dimensies:



1.Gevoelens van behoren tot een groep



Welke is de referentiegroep? Wat is het belang van Brussel, België, Europa als collectieve voorstelling? Wat is de kracht va het groepsgevoel in het bepalen van alledaagse keuzen? Bepaalt taal hun identiteit? In welke mate? Zijn er belangrijke etnische referentiegroepen? Zin en onzin van de idee van een natie. Zijn er andere collectieve gevoelens? Hebben jongeren het gevoel deel uit te maken van eenzelfde cultuur(bijvoorbeeld gedfinieerd door leeftijd, muziek, kledin)? Vertaalt dit geveol zich in een politieke stellingname?



2.Het samenwonen en de voorstelling van de andere groep



Welke beelden bestaan er van de andere taalgroepen? Spelen deze beelden een ro in het bepalen van het eigen gevoel van verbindenheid? Wordt de identiteit van de jongeren opgebouwd in opposities(doorheen negatieve beeldvorming van de andere?



3.Taalgebruik



Is sprake van sociale mobiliteit doorheen ander taalgebruik?Welke zijn de motieven van tweetaligheid of meertaligheid? Weersoiegelen de gevoelens van groepsverbondenheid zich in het taalgebruik? Hoe wordt het Engels ervaren door de jongeren?



4.Verdedeging van linguistieke rechten



Wat is de ro van de taal als politiek mobilisatiemiddel bij jongeren? De rol van de taal als promotiemiddel. Voelen jongeren zich solidair met 'hun' taalgemeenschap?



5.Politiek



Wat is de kennis van de jongeren over de formele politiek in Brussel? Hoe scoren deze jongeren op dandere politieke houdingen(gevoelens vab bekwaamheid en machteloosheid, etnocentrisme-tolerantie, indvidualisme-solidariteit,hard-begripvol)?





_FaseIII:In dlaatste instantie zullen een aantl diepte-interviews volgen bij een aantal jongeren die aan de dialoogdag hebben deelgenomen. Hierbij zullen respondenten worden gezocht die hun op een aantal cruciale punten omtrent taaltoestanden fundamenteel hebben herzien(in positieve of negatieve zin). Dergelijke interviews kunnen aan het licht brengen waarom bepaalde verantwoordingscriteria worden gebruikt, maar ook waarom ze veranderen onder invloed van een externe stimulus(zoals de dialoogdag).



Deze schat aaninformatie kan een entwoord geven op de verschillende visies op identiteit voor de verschillende jongeren. Aan de hand van de diepte-interviews kunnen we ook te weten komen hoe de interactie verloopt tussen concrete ervaringen en ewterne invloeden. Door de twee meetmomenten zijn we ook in staat veranderingen op te tekenen en kunnen we nagaan hoe deze totstandkomen. De resultaten van deze simulatie zullen worden vergeleken met een gelijkaardig Canadees inititief uitgevored in 1998(Hudon&Fournier,1999).



Uiteindlijk levert het geheel een beeld op van de manieren waarop mensen in dagelijkse situaties omgaan met taalverschillen. Daarnaast zal het ons iets leren over de manieren waarop spanningen kunnen omslaan in conflict, dan wel kunnen worden gepacifieerd.

AcroniemOZR688
StatusGeëindigd
Effectieve start/einddatum1/01/0231/12/03

Flemish discipline codes

  • History and archaeology
  • Economics and business