Weerbaar, weerspanning of crimineel? Meisje en jonge vrouwen tussen emancipatie en delinquentie tijdens het interbellum.

Projectdetails

!!Description

Dit interdisciplinair doctoraatsonderzoek stelt een kwalitatieve aanpak van de problematiek van meisjescriminaliteit tijdens de eerste helft van de 20ste eeuw voorop en heeft tot doel de antecedenten en de opeenvolgende stadia van de ‘criminele carrières’ van jonge vrouwen in kaart te brengen. De centrale focus is drieledig. Ten eerste wordt er niet alleen gekeken naar het optreden van officiële controlerende en repressieve instanties, maar ook naar alternatieve correctiecircuits en de rol van particulieren (ouders en aanverwanten, slachtoffers en derden) in opsporing en bestraffing. Ten tweede wordt een meer genuanceerde benadering voorgesteld i.v.m. de aard van de vergrijpen van meisjes: het gaat o.m. om meer differentiatie op het vlak van vermogenscriminaliteit en aandacht voor de sociale dimensies en de specifieke sectoren waarin jonge vrouwen actief waren. Tenslotte wordt gezocht naar verklaringen voor fluctuaties in de tijd, rekening houdend met veranderende percepties en verwachtingspatronen enerzijds en de sociaal-economische en culturele evoluties tijdens de eerste helft van de 20ste eeuw anderzijds. Het onderzoek is gebaseerd op een selectie van individuele strafdossiers van de jeugdrechtbank van Antwerpen, die alle rechtszaken van vrouwelijke minderjarigen uit de jaren 1912-1913, 1924-1925 en 1932-1933 omvat. De strafdossiers worden kwantitatief verwerkt en kwalitatief geanalyseerd in het kader van een diepte-onderzoek, zodat een duidelijk ‘profiel’ van de delinquente of ‘onhandelbare’ meisjes kan worden geschetst. Inzichten van criminologen, sociologen en gender-studies worden geïntegreerd en getoetst zodat een multidisciplinaire aanpak verzekerd wordt. In mei 2003 mondde dit onderzoek uit in een doctoraal proefschrift
AcroniemFWOTM112
StatusGeëindigd
Effectieve start/einddatum1/10/9830/09/02

Flemish discipline codes

  • Media and communications