Eénkindgezinnen en kinderloosheid tijdens de eerste en tweede demografische transitie in Europa.

  • Van Bavel, Jan, (Administrative Promotor)

Projectdetails

!!Description

De evolutie van het geboortecijfer determineert in grote mate de toekomstige bevolkingsgroei en –structuur, die op hun beurt fundamentele economische consequenties en beleidsimplicaties hebben. Zelfs kleine fluctuaties in het reproductieve gedrag, zowel in de timing als in het uiteindelijke aantal kinderen, hebben gevolgen voor de leeftijdsstructuur en bevolkingsomvang. Het meeste beschikbare onderzoek naar de daling van de vruchtbaarheid in Europa, zowel tijdens de eerste als tijdens de tweede demografische transitie, is gebeurd met behulp van gemiddelde vruchtbaarheidsmaten. In dit onderzoeksproject wordt daarvan afgestapt en wordt de onderkant van de frequentieverdeling naar kindertal onder de loep genomen omwille van het cruciale belang voor de evolutie van de vruchtbaarheid. Hoe evolueert de kinderloosheid en het aantal éénkindgezinnen en waarom?

Een eerste onderzoeksvraag is die naar de oorzaken van kinderloosheid en van de toename van het aantal éénkindgezinnen. Voor een stuk zijn kinderloosheid en éénkindgezinnen het gevolg van fysiologische steriliteit en subfertiliteit en van langdurig uitstel van ouderschap dat ongewild leidt tot afstel als gevolg van leeftijdsgebonden infertiliteit. Dat is echter maar één deel van het verhaal. Daarnaast is er ook sprake van een toenemende keuze voor kinderloosheid of voor een enig kind. Die keuze voor een leven zonder of met slechts één kind is nog te weinig onderzocht. Onder welke omstandigheden kiezen Europese mannen en vrouwen er wel of niet voor om een kind te nemen? Wat doet ouders van een enig kind beslissen om niet meer voor een tweede kind te gaan?

Zowel bij de eerste als bij de tweede demografische transitie stelt zich de vraag of de toename van het aantal paren zonder of met een enig kind gewoon een extreme manifestatie is van een zich veralgemenende vruchtbaarheids¬controle. Of is er meer aan de hand en vormen kinderloosheid en éénkindgezinnen een aparte problematiek, met eigen achterliggende motivaties? In welke mate kunnen de extreem kleine gezinnen uit de periode van de eerste transitie beschouwd worden als de pioniers van de tweede transitie?

AcroniemFWOKN170
StatusGeëindigd
Effectieve start/einddatum1/01/0631/12/07

Flemish discipline codes

  • Sociology and anthropology