Theiler's murine encephalomyelitis virus infectie als dierenmodel voor de studie van multiple sclerosis.

  • Vrijsen, Raphael, (Administrative Promotor)
  • Rombaut, Bartholomeus, (Co-Promoter)

Projectdetails

!!Description

Alhoewel oorzaak en pathogenese van multiple sclerose (MS) nog niet volledig opgehelderd zijn,bestaan er afdoende epidemiologische en immunologische gegevens die aantone dat MS geïnduceerd wordt door een virale infectie die gevolgd wordt door een myeline-gerichte immuunrespons. Muizen geïnfecteerd met sommige stammen van het Theiler's murine encephalomyelitis (TME) virus infectie worden beschouwd als een uitstekend dierenmodel voor de studie van MS. De TME virussen veroorzaken na orale opname een asymptomatische, enterogene infectie in muizen. In uitzonderlijke gevallen of na directe intracereberale inoculatie tast TME virus daarentegen het CZS aan. Op basis van symptomen die ze veroorzaken in het CZS worden TME virussen ingedeeld in 2 groepen : 1) een 1ste groep veroorzaakt een acute, fatale poliomemyelitis. Deze TME virussen vernielen de neuronen zoals bijeen humane poliovirus infectie en worden daardoor de murine poliovirussen genoemd. 2) een 2de groep virussen induceerd na intracerebale inoculatie een bifasisch ziektebeeld. De eerste fase is een acute myelitis met replicatie van het virus in de neuronen. Deze fase begint 3 à 7 dagen na infectie en is slechts uitzonderlijk fataal voor de muis. De 2de fase begint ten vroegste na 3 weken en leidt tot een chronische, inflammatoire infectie met afbraak van van de myeline lagen. De geïnfecteerde muizen vertonen klinische symptomen en histologische afwijkingen vergelijkbaar met wat men bij MS patiënten waarneemt. Een vergelijkende studie van de replicatiecyclussen van beide groepen TME virussen zou kunnen bijdragen tot het ophelderen van factoren verantwoordelijk voor de demyelinatie. In parallel daarmee kan een dergelijke studie ook implicaties hebben voor een poliomyelitis. De vergelijking van de RNA sequenties van beide groepen virussen heeft een aantal verschillen aangetoond. Het is echter niet duidelijk welke impact deze RNA sequenties verschillen hebben op de replicatie van het virus. Dit vormt het eerste luik van het onderzoeksproject. Naast virologische factoren kan de celreceptor waaraan het virus zich bindt een determinerende rol spelen. De identificatie en distributie van de celreceptor(en) vormen het 2de luik van dit project.
AcroniemFWOAL80
StatusGeëindigd
Effectieve start/einddatum1/01/9831/12/01

Flemish discipline codes

  • Basic sciences
  • Biological sciences