Hoe ernstig zijn de verwondingen van verkeersslachtoffers? Analyse van de MAIS-ernstscore van verkeersslachtoffers opgenomen in de Belgische ziekenhuizen in de periode 2004-2011.

Nina Nuyttens, Griet Van Belleghem

Onderzoeksoutput: Other report

Samenvatting

DE MAIS-ERNSTSCHAAL VOOR VERWONDINGEN VAN VERKEERSSLACHTOFFERS
De voorbije jaren is internationaal de overtuiging gegroeid dat een degelijk verkeersveiligheidsbeleid niet enkel doelstellingen vergt qua vermindering van het aantal verkeersdoden maar ook inzake het aantal (zwaar)gewonde verkeersslachtoffers. De Europese Commissie vindt de huidige definitie van zwaargewonden echter niet geschikt om een dergelijke doelstelling op te baseren. Tot dusver worden zwaargewonden in de officiële ongevallenstatistieken in België en de meeste andere Europese lidstaten gedefinieerd als verkeersslachtoffers die minstens 24 uur in het ziekenhuis moeten verblijven na het ongeval. In de meeste lidstaten (waaronder België) oordeelt meestal de politie of een verkeersslachtoffer zwaar- of lichtgewond is. Het gaat vaak om een subjectieve inschatting van de politieagent die niet gebaseerd is op medische criteria. Omwille van deze reden en omwille van de sterke onderregistratie van het aantal door de politie geregistreerde zwaargewonden, stelt de Europese Commissie een nieuwe definitie van zwaargewonden voor, nl. "gewonden MAIS 3+".
AIS (Abreviated Injury Scale) is een in de medische wereld gebruikte schaal om de ernst van letsels uit te drukken. "Ernst" wordt volgens deze schaal opgevat als de kans op overlijden. Deze schaal bevat zes ernstniveaus, gaande van 1 ("minor injuries" of lichte verwondingen) tot en met 6 ("unsurvivable injuries" of dodelijke verwondingen ). De MAIS-waarde (Maximum Abbreviated Injury scale) van een verkeersslachtoffer is dan niets meer dan de maximale AIS-ernstscore van een verkeersslachtoffer met één of meerdere letsels. "Gewonden MAIS 3+" zijn alle gewonden met een MAIS-waarde van minstens 3 (zij hebben dus een MAIS-waarde van 3, 4, 5 of 6)..
De Europese Commissie heeft aan de EU-lidstaten gevraagd om vanaf 2015 het aantal zwaargewonden uit het jaar 2014 te rapporteren volgens de nieuwe definitie "MAIS 3+" te rapporteren. Voordelen van het gebruik van de MAIS 3+ omschrijving van zwaargewonden t.o.v. de huidige definitie is dat zij minder onderhevig is aan onderregistratie en gebaseerd is op medische criteria.
De Belgische ziekenhuizen zijn niet verplicht om AIS-ernstscores te registreren. Wel worden standaard ICD-9-CM diagnosecodes (International Classification of diseases - 9th revision-Clinical modification) in de ziekenhuizen geregistreerd voor alle letsels en aandoeningen van alle gehospitaliseerde patiënten, bv. code 850.0 = hersenschudding zonder verlies van bewustzijn (gehospi¬taliseerde patiënten zijn personen die minimaal één nacht in het ziekenhuis verblijven). .Het is mo¬gelijk om ICD-9-CM diagnosecodes om te zetten naar een AIS-ernstscore via een conversieprogramma.

DOELEN EN METHODOLOGIE
Het hoofddoel van deze studie was om, voor de eerste maal in België, het aantal en de verdeling van het aantal "gewonden MAIS 3+" te bepalen. Daarnaast diende te worden nagegaan hoe het aantal zwaargewonden zou veranderen wanneer van de huidige definitie van zwaargewonden naar de definitie "gewonden MAIS 3+" zou worden overgeschakeld. Een bijkomend doel was om een overzicht te geven van de verdeling van de aard van de letsels van verkeersslachtoffers.
Voor de analyses werden twee studiepopulaties gebruikt, gebaseerd op respectievelijk politie- en ziekenhuisgegevens. Voor de studiepopulatie op basis van politiegegevens werden alle zwaargewonden en dodelijk gewonden (verkeersdoden die niet ter plaatse of op de weg naar het ziekenhuis overlijden) uit de periode 2004-2011 uit de politiegegevens geselecteerd. In totaal gaat het om 48.528 verkeersslachtoffers.
Voor de bepaling van de studiepopulatie op basis van de ziekenhuisgegevens werd een bepaalde selectie genomen uit de gehospitaliseerde patiënten van 2004 tot 2011. Deze ziekenhuispatiënten moesten aan twee selectiecriteria voldoen: (1) de ICD-9-CM hoofddiagnose van de patiënt moet zich bevinden tussen 800.00 en 959.9 en (2) de patiënt moet één van de volgende E-codes hebben: E810 t.e.m. E819; E826, E827, E829. De E-code geeft de uitwendige oorzaak van een letsel weer. In het geval van verkeersslachtoffers omschrijft de E-code het ongevalstype (bv. E814.7 "Ongeval tussen een voetganger en een gemotoriseerd voertuig waar¬bij de patiënt de voetganger is). De studiepopulatie bevat alleen verkeersslachtoffers die minimaal één nacht zijn gehospitaliseerd, aangezien enkel voor deze patiënten verplicht een ICD-9-CM hoofddiagnose en een E-code moet worden geregistreerd. In totaal werden 117.044 gehospitaliseerde verkeersslachtoffers uit de ziekenhuisgegevens geselecteerd en opgenomen in de studiepopulatie. Hoewel deze gegevens vollediger zijn dan de politiegegevens zijn ook deze echter een zekere onderschatting van het totaal aantal verkeersslachtoffers.
Om de MAIS-waarde van een patiënt te kennen, werd de ICD-9-CM hoofddiagnose van de patiënt via het conversieprogramma ICDPIC omgezet naar de overeenkomstige AIS-ernstscore. Omdat de AIS-ernst¬waar¬de van de hoofddiagnose in sommige gevallen lager kan zijn dan de MAIS-ernstscore van het verkeersslachtoffer, is er vermoedelijk een lichte onderschatting van het MAIS-ernstniveau van verkeersslachtoffers.

VERGELIJKING VAN DE AANTALLEN ZWAARGEWONDEN VOLGENS VERSCHILLENDE DEFINITIES
Het aandeel personen met een MAIS-ernstscore van minstens 3 onder de gehospitaliseerde verkeersslachtoffers bleef gedurende de periode 2004-2011 erg stabiel tussen de 21% en de 23%. Van de 77% gehospitaliseerde patiënten met een ernstscore lager dan MAIS 3 (in 2011), had 60% een ernstscore van MAIS 2 en 17% een ernstscore van MAIS 1.
Het jaarlijkse aantal gehospitaliseerde verkeersslachtoffers of "gewonden ? 1 nacht" schommelde gedurende de hele periode 2004-2011 tussen 14.000 en 15.500 en bereikte haar maximum in de jaren 2007 en 2008. Het aantal "gewonden MAIS 3+" schommelde op zijn beurt tussen de 3.000 en 3.600 patiënten en vertoonde eveneens een maximum tijdens de jaren 2007-2008. Bij de politiegegevens zien we een ander patroon. In het beginjaar 2004 werd het hoogste aantal "zwaargewonden politie" geregistreerd. Het aantal geregistreerde "zwaargewonden politie" daalde gestaag van ongeveer 6.386 in het jaar 2004 tot 5.630 in het jaar 2011. De trends m.b.t. de aantallen zwaargewonden zijn dus duidelijk verschillend naargelang de geraadpleegde gegevensbron en definitie, politiegegevens of ziekenhuisgegevens.
Niet alleen de trends zijn verschillend, maar ook de gemeten aantallen wijken sterk van elkaar af. Alhoewel het aantal "zwaargewonden politie" (gebaseerd op politiegegevens) en het aantal "gewonden ? 1 nacht" (gebaseerd op ziekenhuisgegevens) twee omschrijvingen zijn die ongeveer dezelfde groep zwaargewonden zouden moeten dekken, worden toch 2,5 maal meer zwaargewonden in de laatste groep dan in de eerste groep geregistreerd. Dit wijst op een sterke onderregistratie van het aantal zwaargewonden in de officiële ongevallenstatistieken. Deze verhouding van 2,5 werd in een eerdere studie (Nuyttens, 2013) ook al vastgesteld voor de periode 2004-2007.
Het is ook zinvol het aantal "zwaargewonden politie" te vergelijken met het aantal "gewonden MAIS 3+", de nieuwe definitie van zwaargewonde verkeersslachtoffers. De verhouding tussen het aantal "gewonden MAIS 3+" en het aantal "zwaargewonden politie" bedraagt 0,58. Dit betekent dat er gevoelig minder "gewonden MAIS 3+" zijn dan door de politie geregistreerde zwaargewonden. Bijgevolg zou een overstap van de huidige definitie naar de nieuwe definitie van zwaargewonden leiden tot een sterke daling van het aantal gerapporteerde zwaargewonden.
De verhoudingen tussen de aantallen zwaargewonden volgens de verschillende definities verschillen bovendien per weggebruikerstype en per leeftijdscategorie. Uit de vergelijking van het aantal "zwaargewonden politie" (gebaseerd op politiegegevens) met het aantal "gewonden ? 1 nacht" (gebaseerd op ziekenhuisgegevens) blijkt dat bepaalde weggebruikerstypes en leeftijdscategorieën nog meer "ondergeregistreerd" worden dan andere. Het gaat specifiek om fietsers (de verhouding "gewonden ? 1 nacht"/ "zwaargewonden politie" bedraagt 5,4), 0-15 jarigen (de verhouding bedraagt 4,7) en 60 plussers (3,4). Passagiers van gemotoriseerde voertuigen blijken nauwelijks te worden onderschat op basis van de officiële ongevallenstatistieken (1,0).
Bij de vergelijking van het aantal "zwaargewonden politie" met het aantal "gewonden MAIS 3+" is het aantal "gewonden MAIS 3+" steeds lager, met uitzondering van fietsers en 60-plussers. Dit betekent dat een overstap van de huidige naar de nieuwe definitie van zwaargewonden zou leiden tot een daling van het aantal gerapporteerde zwaargewonden, behalve van het aantal fietsers en 60-plussers. Bijgevolg zou bij een overstap naar de nieuwe definitie van zwaargewonden ook het aandeel fietsers en 60-plussers sterk groeien (in het jaar 2011 bijvoorbeeld zou het aandeel fietsers groeien van 16% naar 36% en het aandeel 60-plussers van 18% naar 29%). Daarnaast zou het aandeel inzittenden van gemotoriseerde voertuigen sterk dalen (van 52% naar 31% in het jaar 2011)

LETSELS VAN VERKEERSSLACHTOFFERS
Dit rapport omvat ook een eerste studie van de letsels van verkeersslachtoffers uitgevoerd op basis van de geregistreerde ICD-9-CM hoofddiagnoses.
De hoofddiagnose van verkeersslachtoffers situeert zich het vaakst in de volgende lichaamsregio's: de schedel/hersenen (26%), de onderste ledematen (21%), de bovenste ledematen (19%) en de romp (17 %). Wat betreft de aard van de hoofddiagnoses worden zeer veel fracturen (55%) en interne letsels (27%) waargenomen.
De informatie over de aard en de plaats van letsels werd gecombineerd in "letselgroepen". De meest frequente letselgroepen zijn: interne letsels van de schedel/hersenen (22%), fracturen van de onderste ledematen (17%) en fracturen van de bovenste ledematen (16%). Op grote afstand volgen fracturen van de romp (9%), fracturen van de wervelzuil/ruggenmerg (6%), interne letsels van de romp (6%), en fracturen van de schedel/hersenen (4,5%). Alle andere letselgroepen hebben een aandeel van minder dan 4%. De zeven vernoemde letselgroepen komen allemaal voor in de top 10 van meest frequente letsel¬groepen van alle weggebruikerstypes en leeftijdscategorieën.
Van de bovengenoemde letselgroepen zijn fracturen van de schedel/hersenen het meest ernstig. 86% van alle gehospitaliseerde verkeersslachtoffers met een fractuur aan de schedel/hersenen heeft een MAIS-ernst¬score van minstens 3. Ook interne letsels van de romp zijn bovengemiddeld ernstig (68% van de patiënten heeft MAIS 3+).
De frequentie van bepaalde letselgroepen varieert in functie van de vervoersmodus van de slachtoffers. Voor het geheel van de verkeersslachtoffers zijn interne letsels van de schedel/hersenen het meest frequent, maar bij voetgangers en bromfietsers/motorfietsers komen fracturen van de onderste ledematen het vaakst voor. Specifiek bij voetgangers komen bovengemiddeld veel schedelbasisfracturen voor. Deze worden mogelijk veroorzaakt door de klap van het hoofd tegen een aanrijdend voertuig en/of tegen de grond. Bij de inzittenden van gemotoriseerde voertuigen komen relatief veel fracturen en interne letsels van de romp en wervelzuil voor. Dit kan verklaard worden door de impact die tijdens een ongeval wordt uitgeoefend via de gordel/airbag/stuur/dashboard op het bovenlichaam van de inzittenden van een gemotoriseerd voertuig. Fietsers ten slotte, hebben van alle weggebruikerstypes het vaakst interne letsels van de hersenen (hieronder bevinden zich veel hersenschuddingen). Uit onze analyses kan worden besloten dat de plaats en de aard van de letsels van weggebruikers in belangrijke mate bepaald wordt door de lichaamsregio's die de botsingsimpact moeten absorberen.
De frequentie van letselgroepen verschilt eveneens per leeftijdscategorie. Bij 60 plussers zijn fracturen aan de onderste ledematen het meest frequent gerapporteerd als hoofddiagnose terwijl in de andere leeftijdscategorieën interne letsels van de schedel/hersenen het meest frequent voorkomen.

AANBEVELINGEN
Deze studie is een belangrijke eerste stap in het onderzoek naar de letsels van verkeersslachtoffers in België.
Verschillende aanbevelingen kunnen worden geformuleerd. We pleiten o.a. voor de voortzetting van de registratie van letselongevallen door de politie zoals dit nu gebeurt, onder meer omdat de politiegegevens meer gedetailleerde informatie over de aard van het verkeersongeval bevatten dan de ziekenhuisgegevens. Ook stellen we voor dat in de toekomst de doelstellingen met betrekking tot het aantal zwaargewonden, op federaal en regionaal niveau zouden worden uitgedrukt volgens de definitie "MAIS 3+".
We stellen vast dat de onderregistratie in de officiële ongevallenstatistieken in zekere mate geleid heeft tot een onderschatting van de verkeersveiligheidsproblematiek in haar geheel en van enkele specifieke doelgroepen in het bijzonder (fietsers en senioren). Beleidsprioriteiten inzake verkeersveiligheid zullen daarom mogelijk deels herschikt moeten worden.
Om verwarring tussen oude en nieuwe definities te vermijden neemt het BIVV zich voor om in rapporten gebaseerd op politiegegevens over ongevallen telkens het aantal zwaargewonden en lichtgewonden samen te nemen. In de verkeersveiligheidsbarometer van het BIVV zal vanaf het jaar 2015 een schatting van het aantal "gewonden MAIS 3+" worden opgenomen. In toekomstig onderzoek zullen we dieper ingaan op de aard van de letsels van verkeersslachtoffers, zullen we met meer diagnoses dan enkel de hoofddiagnose rekening houden en zullen andere ernstschalen dan de MAIS-ernstschaal worden verkend.
Originele taal-2Dutch
UitgeverijBelgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid - Kenniscentrum Verkeersveiligheid
StatusPublished - 29 sep 2014

Keywords

  • MAIS
  • verkeersslachtoffers
  • letsels
  • politieregistratie
  • ziekenhuisregistratie
  • ICD-9-CM
  • Barell-matrix

Citeer dit