Laattijdige vaststelling eenheid van opzet ook mogelijk bij veroordeling in een andere EU-lidstaat

Tom Decaigny, Karen Weis

Onderzoeksoutput: Annotation

Samenvatting

noot onder Antwerpen 13 mei 2011
In deze noot wordt de brug geslagen tussen een niet-omgezet kaderbesluit van de Europese Unie enerzijds en de rechtspraktijk anderzijds. Concreet blijkt het Kaderbesluit Geldigheid Veroordelingen van 2008 indirect tot gevolg te hebben gehad dat een beklaagde in België kon steunen op een eerdere veroordeling in Nederland, die met eenheid van opzet was verbonden met de nieuw te beoordelen feiten. Concreet heeft dit een strafverlagend effect, de eerdere straf wordt mee in overweging genomen.
Om deze casus te duiden wordt eerst ingegaan op de (Belgische) rechtsfiguur van het laattijdig vaststellen van eenheid van opzet. Vervolgens wordt ingegaan op de verdragsrechtelijke basis en het Kaderbesluit Geldigheid Veroordelingen om aan een buitenlandse veroordeling eenzelfde gevolg te verbinden als aan een strikt Belgische veroordeling. Tot slot wordt de implementatie via de kaderbesluit-conforme interpretatie besproken.
Originele taal-2Dutch
Pagina's (van-tot)226-231
Aantal pagina's6
TijdschriftTijdschrift voor Strafrecht
Volume4
Nummer van het tijdschrift13
StatusPublished - 1 mrt 2012

Keywords

  • eenheid van opzet

Citeer dit