Bewoners' agency in een gevangenis en een verzorgingsinstelling. Een comparatief etnografisch onderzoek in twee types totale sociale organisaties

Scriptie/masterproef: Doctoral Thesis

Uittreksel

De gevangenis wordt gekenmerkt door machtsongelijkheid tussen de instelling en de gedetineerden. Deze machtsongelijkheid beperkt gedetineerden in hun ‘agency’ - de mogelijkheid om beslissingen te nemen en autonoom te handelen. We weten uit penologisch onderzoek dat gedetineerden zich niet zonder meer neerleggen bij de ongelijke machtsverhouding en trachten agency te herwinnen teneinde om te gaan met controleverlies. Socioloog Goffman (1961) beschreef in zijn boek ‘Asylums’ dat deze machtsongelijkheid -en de mechanismen van verlies van controle en herwinnen van agencyzich niet enkel voordoen in gevangenissen maar ook in andere types instellingen, die hij als ‘totale instituties’ omschreef. Een ‘totale institutie’ wordt gekenmerkt door enerzijds de alomvattendheid op de tijd van haar bewoners waarbij alle levenssferen -slapen, ontspanning en dagbesteding- op een onnatuurlijke wijze plaatsvinden op één locatie; en anderzijds door het gegeven dat de instelling via een bureaucratisch beheer instaat voor het tegemoetkomen aan de menselijke behoeften van haar bewoners. Daarbij leert het onderzoek van Goffman ons dat ook bewoners van andere types totale instituties geen passieve ‘objecten’ zijn die controleverlies zonder meer ondergaan. Empirische vergelijkingen tussen dergelijke instellingen zijn echter zeer zeldzaam, zodat we weinig weten over de specificiteit van de impact ervan op de bewoners.
Twee soorten totale instituties werden in dit onderzoek aan een vergelijking onderworpen: een gevangenis en een revalidatieziekenhuis. Iets meer dan een jaar heb ik me als etnograaf ondergedompeld in de wereld van de bewoners van beide instellingen teneinde inzicht te verwerven in hoe controleverlies door hen wordt ervaren en hoe ze hiermee omgaan. Mijn onderzoek toont aan dat gedetineerden en revalidatiepatiënten gelijkaardige ervaringen van controleverlies delen op 4
domeinen: bij de intrede; in hun relatie tot eerste linie werkers (bewakend personeel/verzorgend personeel); wat betreft dagindeling; en privacy. De wijze waarop bewoners in beide instellingen met deze controleverliezen omgaan zijn
elijklopend. Er is 1 domein waar enkel revalidatiepatiënten een verlies ervaren: medische informatieverstrekking en informed consent. En 3 domeinen zijn kenmerkend voor controleverlies door gedetineerden: contacten met het sociale netwerk; bewegingsvrijheid en sociale contacten intra muros; en de weg naar buiten. De vier gemeenschappelijke domeinen vinden hun oorsprong in de gemeenschappelijke kenmerken van de totale institutie zoals omschreven door Goffman. De vier verschillen zijn type-specifiek te noemen. De Basiswet (2005) en de Wet op de patiëntenrechten (2002) trachten beide in te werken op machtsverhoudingen. Wat is de plaats van deze rechtsposities in de door mij geobserveerde praktijk? Mijn onderzoek toont aan dat zowel de gevangenis als het revalidatieziekenhuis ‘taaie semiautonome sociale velden’ (Griffiths 1990) zijn met sterke eigen waarden en normen die de implementatie van rechtsposities uitdagend maken.
Datum Prijs19 mei 2021
TaalEnglish
BegeleiderSonja Snacken (Promotor) & Paul De Hert (Promotor)

Citeer dit

'