Cryopreservatie en transplantatie van humaan testiculair weefsel

Scriptie/Masterproef: Master's Thesis

Samenvatting

Mannelijke infertiliteit, te wijten aan een depletie van de spermatogoniale stamcellen (SSC), is een frequente nevenwerking van gonadotoxische therapieën (chemo- en radiotherapie) of kan een symptoom zijn van een genetische aandoening (bv. Klinefelter syndroom). Het inbanken van een spermastaal is uitgesloten bij prepubertaire patiënten wegens het gebrek aan complete spermatogenese in hun testis. Hierdoor lopen ze het risico op een levenslange steriliteit. De autotransplantatie van ingebankt SSC-bevattend testiculair weefsel biedt een mogelijkheid tot fertiliteitspreservatie, maar deze techniek noodzaakt een cryopreservatieprotocol dat de weefsel- en celintegriteit alsook de weefselfunctie optimaal preserveert. Tijdens deze studie werd getracht om uit een gecontroleerde vriesmethode, ongecontroleerd vriezen en een vitrificatieprocedure het meest geschikte protocol te selecteren voor de cryopreservatie van humaan adult testiculair weefsel.
Weefselintegriteit: Ongecontroleerd vriezen was de enige methode die geen significante reductie veroorzaakte van het aantal intacte tubuli, noch van het aantal SSC per tubulus ten opzichte van de controle. Ongecontroleerd vriezen preserveerde de tubulus morfologie en de SSC significant beter dan de gecontroleerde methode, doch niet verschillend van vitrificatie. Het aantal ongeschonden tubuli bleek niet te verschillen tussen vitrificatie en gecontroleerd vriezen, het aantal SSC per tubulus lag wel statistisch hoger na vitrificatie ten opzichte van gecontroleerd vriezen. De snelheid van vriezen had geen effect op de overleving van Sertolicellen. Celintegriteit: De distributie van de SSC, naargelang de graad van cryoschade aan de ultrastructuur, was statistisch verschillend tussen de verse groep en de cryogroepen alsook tussen de cryogroepen onderling. Gecontroleerd vriezen leidde tot het grootste aantal beschadigde SSC. Bijna alle SSC liepen vriesschade op met deze methode (99%), waarvan 63% als ernstig beschouwd werd. Ongecontroleerd vriezen mondde uit in 20% intacte SSC en 80% beschadigde cellen. Vitrificatie overtrof beide vriesmethoden en resulteerde in 52% ongeschonden SSC, wat het percentage van de referentie benaderde. Weefselfunctie: Vier maanden na intratesticulaire xenotransplantatie werden enkel gescleroseerde graften met gedegenereerde tubuli teruggevonden, hoewel enkele overlevende SSC konden aangetoond worden in 71% van de verse graften. Als gevolg kon geen besluit getrokken worden uit het transplantatie experiment.
Cryopreservatie van humaan adult testiculair weefsel met zowel de vitrificatieprocedure als de ongecontroleerde vriesmethode leidde tot goede resultaten. We vielen terug op een murien model om alsnog het effect van beide cryopreservatieprotocols op de weefselfunctie te bestuderen. Wegens het later introduceren van de vitrificatietechniek zijn heden enkel de resultaten van ongecontroleerd vriezen voorhanden. Het aantal tubuli met volledige spermatogenese in de verse en in de gecryopreserveerde graften bleek niet significant te verschillen. Ongecontroleerd vriezen had dus geen effect op de functie van het prepubertair murien weefsel. Daarnaast werden FACS-analyses uitgevoerd om GFP+ spermatozoa in de acceptor epididymii op te sporen. De data toonden een gemiddelde GFP+ fractie van 7,8±9,0% en 3,3±3,9% respectievelijk aan de zijde van de testes met een verse graft en de zijde van de gecryopreserveerde graften. Deze bevindingen zouden nog bevestigd moeten worden door middel van de PCR-techniek. In de toekomst dient de studie herhaald te worden met humaan prepubertair testiculair weefsel vanwege de structurele en functionele verschillen met adult materiaal.
Datum prijs1 jul. 2010
Originele taalDutch
BegeleiderEllen Goossens (Promotor) & Herman Tournaye (Co-promotor)

Keywords

  • fertiliteitspreservatie

Citeer dit

'